Sandboarden, sandbuggying en weer drie dagen hiken

Vanuit uit Lima ging ik wederom met een nachtbus op weg naar Huacachina. Een dorpje in de woestijn van Peru, beroemd om haar zandduinen en de zandactiviteiten die je daar kan doen. Ik kwam aan in de ochtend en liep met volledige backpack het hele dorp rond in 15 minuten. Het was klein en ontzettend druk. Het was een zondag en alle locals gaan dan naar Huacachina om bij de Oase te chillen. Uiteindelijk vond ik het hostel dat me was aangeraden, Bananas, maar het was vol.

De oase van Huacachina.
De oase van Huacachina.

Aan de overkant van de straat vond ik een kamer voor drie personen. Ik zou namelijk die avond twee Ierse meiden (Angela en haar vriendin Christine) tegemoet zien en omdat alles vol was, was een driepersoonskamer voor ieder een goede optie. Het had wel de gekste badkamer die ik ooit gezien had. We deelden deze namelijk met de buren. Elke keer als je naar de WC moest, moest je hun deur ook op slot doen en dan niet vergeten het slot er weer af te halen. Dat vergaten zij dus meteen wel en ik kon de eerste uren niet van de badkamer gebruik maken.

Laat in de avond kwamen de dames aan en we gingen meteen slapen, zodat we de dag erna de hele dag hadden om het dorpje te verkennen en aan de activiteiten deel te nemen. Ik zou er enkele dagen blijven, maar er was nauwelijks wat te doen, het was niet leuk hoe toeristisch het was en alles was duur. Dus ik boekte de bus voor de avond en ging met de dames rondlopen in het dorpje. Omdat het zo klein was, waren we er al snel op uitgekeken, en togen we naar Bananas, om daar een milkshake en een redelijke brownie met ijs te eten. Na daar een tijd rondgehangen te hebben was het tijd voor onze zandactiviteit.

We werden opgehaald in een Sandbuggy en we namen met zijn drieën de achterbank in. We raasden door de zandduinen, het voelde alsof ik in een achtbaan zat. De adrenaline was hoog, zeker toen we stopten en de enorme ‘bergen’ zagen waar we met een houten bord vanaf zouden glijden. Met mijn GoPro op mijn hoofd en mijn buik op het bord ging ik als eerste de duin af. Een ontzettend gave ‘sport’, zo bleek. Het ging snel en het voelde vrij ongevaarlijk, omdat het zand zo fijn en zacht was. Dit herhaalden we drie keer en toen bracht de sandbuggy ons in een wervelende rit naar de volgende plek. Hier waren de duinen nog veel hoger. Bij de tweede duin probeerde Christine een foto van mij te maken terwijl ik over de rand van de duin liep, maar ze vergat haar bord en binnen 10 tellen was het al naar beneden gegleden.

Angela en ik testen de buggy alvast even uit.
Angela en ik testen de buggy alvast even uit.
Zandfie met de meiden.
Zandfie met de meiden.
King of the world!! Eeh buggy.
King of the world!! Eeh buggy.
Daar ga ik dan, sandboarden op mijn buik. Camera op mijn hoofd.
Daar ga ik dan, sandboarden op mijn buik. Camera op mijn hoofd.
Dat krijg je van al dat crossen door de woestijn.
Dat krijg je van al dat crossen door de woestijn.

Na de laatste en langste zandduin togen we met de zonsondergang weer richting het dorpje en genoten van de mooie omgeving. Alsof we in de Sahara waren. Aangekomen bij het hotel spoelde ik snel het zand van me af en stapte met Christine in een taxi. Net op tijd dropte die me bij de terminal, waar ik te horen kreeg dat de hosteleigenaar me verkeerd geïnformeerd had. Er was geen eten aan boord en de bus zou pas om 8 uur vertrekken, een uur later dan gepland. Balend liep ik de wachtkamer binnen, waar twee Spaanse meiden hetzelfde gevoel van balen hadden. Drie van hun vriendinnen waren echter eten halen, en toen ze terugkwamen hadden ze sla en kipnuggets ten overvloede. Ze boden me meteen aan om te delen in het eten en zo kreeg ik alsnog een redelijke maaltijd binnen.

Ruim 13 uur later (ook al langer dan gezegd) kwam ik aan in Arequipa. Een miljoen inwoners en een oud historisch centrum. Buiten het centrum echter vergeven van de sloppenwijken. Ik deed een dutje en ging vol goede zin naar de Free Walking Tour. De 2,5 uur durende tour was wel aardig, maar er waren teveel mensen, bijna 40 man die allemaal wilden horen wat de slecht Engels sprekende gids vertelde. We kregen een klein overzicht van wat historische punten in de stad en er werd ons chocolade voorgehouden. De chocolade werd daar gemaakt en ze waren er bijzonder trots op, maar ik vond het maar vies. De volgende stop was in een café waar ze verse Coca-thee hadden, maar de serveerster was vergeten dat we zouden komen en had dus niets klaargezet. Dorstig togen we naar een Picantaria, een beroemd soort restaurant, vooral in Arequipa, waar ze pittig eten voorschotelden. Ook daar waren ze ons vergeten, dus we kregen daar ook niets. Een paar mensen probeerde een shotje alcohol van het één of ander, maar ik had er geen zin in. Samen met een Duitse jongen die ik daar sprak toog ik naar een Chifa (Peruviaans-Chinees restaurant) waar ik eindelijk weer eens groenten kreeg. Meteen na de maaltijd ging ik naar bed, want ik had een driedaagse hike geboekt en ik moest om 3 uur ’s nachts vertrekken.

Het uitsorteren van de Alpacavacht. Een Alpaca kan maar 4x in zijn 15-jarige leven geschoren worden, Rechts de vele verschillende soorten kleuren die de vacht kan hebben.
Het uitsorteren van de Alpacavacht. Een Alpaca kan maar 4x in zijn 15-jarige leven geschoren worden, Rechts de vele verschillende soorten kleuren die de vacht kan hebben.
De chocolade die ze hier maken. Ik vond het niet bepaald lekker.
De chocolade die ze hier maken. Ik vond het niet bepaald lekker.
Ook Arequipa is een oude (koloniale) stad. Dat geeft de stad veel sfeer.
Ook Arequipa is een oude (koloniale) stad. Dat geeft de stad veel sfeer.

Het opstaan ging me nog vrij makkelijk af. Pas om 3:45 uur pikten ze me op en iedereen in het busje lag te slapen. Hoe moe ik ook ben, als ik net wakker ben kan ik niet slapen. Dus als enige die niet was uitgerust kwam ik drie uur later bij de ontmoetingsplaats aan. Daar konden we nog eens een half uur wachten tot de gids en de rest van de ploeg er was. Het was een divers gezelschap, zowel in afkomst als in leeftijd. De helft Spaanstalig en de andere helft Engelstalig. Uit gemak ga je dan toch het snelste spreken met de mensen die Engels kunnen praten en zo ontmoette ik Tony, een Australiër, Daniel, een Amerikaan en het Nederlandse stelletje Hugo en Sonja. Samen met onze overenthousiaste gids Miguel liepen we de berg af, de Colca Canyon in. Ik verheugde me op de hike, na mijn ervaring in Huaraz had ik hoge verwachtingen. Het was echter zo druk met mensen die de hike deden, dat het veel minder afgelegen voelde.

Na een half uur de standaard vragen te hebben uitgewisseld als: “Waar kom je vandaan?”, “Hoe lang is je reis?”, etc. had ik er genoeg van. Ik liep wat vooruit, zette muziek op en liep alleen naar beneden. Constant mensen inhalend. Het uitzicht veranderde ook niet, dus toen er een energiek liedje kwam begon ik langzaam te rennen. Het ene liedje wisselde het andere af en zo sprintte, danste en huppelde ik al snel naar beneden. Ik haalde iedereen in en ze keken raar op dat ik van steen naar steen sprong terwijl zij voorzichtig hun stappen afmaten. Ruim een uur voor de rest van mijn ploeg kwam ik beneden aan bij de rivier. Normaal loop je 3 uur, ik had het in een uur gedaan. Omdat ik al mijn spullen op mijn rug had (geen ezels deze keer) was ik goed bezweet en besloot ik mezelf te wassen in het koude rivierwater.

De Colca Canyon.
De Colca Canyon.
In de Colca Canyon kun je enorme Condors zien.
In de Colca Canyon kun je enorme Condors zien.
Over mooie paadjes daal je af in de canyon.
Over mooie paadjes daal je af in de canyon.

We liepen nog twintig minuten verder door de canyon en toen kwamen we aan bij onze slaapplaats. Om 2 uur ’s middags en de lunch stond klaar. Omdat ik ook daar als eerste was en één van de Spaanse oudere vrouwen erg veel moeite met de hike had liet ik mijn rugzak achter en rende ik terug om haar rugzak over te nemen. Na de lunch was er echter niets te doen. Na zo weinig slaap en zoveel inspanning besloot ik maar een dutje te doen. Ik werd wakker voor het diner, kletste wat met de mensen en ging samen met de anderen weer slapen.

De volgende dag, dag twee, was nauwelijks dalen of klimmen en binnen twee uur kwamen we aan bij het dorpje Oasis. Een mooi groot hostel, maar weer uren niets te doen. Dus lunchen, slapen, kletsen, dineren en weer slapen. Ik wou dat ik voor de tweedaagse hike gekozen had. Dat was dezelfde route, alleen meer lopen op één dag.

De laatste dag was dan toch pittig. We vertrokken voor de zon opkwam om 5 uur en we begonnen meteen te klimmen. Het zou een klim zijn van 3 uur. Elke keer dat ik dacht de top bereikt te hebben, doemde er een hogere klif op en zo zweette ik mezelf naar boven. Ik was verkouden wakker geworden en had lichte koorts. Maar toen ik eenmaal boven aankwam, had ik de koorts eruit gezweet en de loopneus voorlopig verloren. Ik had er twee uur over gedaan.

Tony, die duidelijk in een goede conditie was had het nog net wat sneller gedaan, maar kwam er boven achter dat hij zijn favoriete muts verloren was. Hij zei waarschijnlijk helemaal in het begin en toog weer naar beneden. Een uur afdalen en weer twee uur klimmen. Hij vertelde later dat die tweede klim hem toch erg zwaar was gevallen. De zon brandde en hij had zich bijna op zijn knieën omhoog gesleept. Het laat maar weer zien hoe goed de gidsen zijn. Als ik gids was geweest had ik hem nooit terug laten gaan of was ik op zijn minst meegegaan. Wat als hij uitgegleden was? Dan had het uren geduurd voordat we hem hadden gemist.

Uren zwoegen, maar ik heb de top bereikt.
Uren zwoegen, maar ik heb de top bereikt.
Ja Michiel, cactussen prikken nou eenmaal.
Ja Michiel, cactussen prikken nou eenmaal.

We kregen een ontbijt en toen begon de Japanse toer. Met een busje van plek naar plek om mooie foto’s te kunnen maken, iedere keer stoppend voor 10 minuutjes. Wel kon ik op deze manier nog een bucketlist item afstrepen, namelijk ‘Sneeuw aanraken op de top van een berg’. We zagen lama’s, vulkanen en stopten bij de hot springs. De toegang was vijf euro en ik had al genoeg hot springs gehad, dus samen met Daniel en het Nederlandse koppel gingen we gratis bij de rivier zitten. Ik deed wat yoga, koelde mijn voeten in de rivier en toen was het tijd om naar huis te gaan.

Deze driedaagse hike viel dus wat tegen. Ik nam een dag rust en ik stapte in de bus naar mijn laatste stop in Peru: Cusco. Daar zou ik Angela en Christine weer zien en later ook Tu Vy die ik in Mancora had ontmoet. Cusco belooft nogal wat: San Pedro cactus proberen, een nieuw Ayahuasca ritueel, een oud centrum en het hoogtepunt van de Inca cultuur: de Machu Picchu.

One comment Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *