Ruige ruïnes, snurkende stieren en mooie mensen

Na een week met constant mensen om me heen, verliet ik Tarapoto alleen en ik was er wel even blij mee om alleen te zijn. Na een busrit van bijna 22 uur kwam ik aan in Trujillo. Het blijft me verbazen hoe immens de afstanden zijn. Mijn langste busrit was vanuit Kroatië naar Nederland en dat was 28 uur. Dan doorkruis je half Europa, hier in Peru betekent het dat ik van het oosten naar de westelijke kust ga. Nog niet half het land door.

Trujillo is een echte woestijnstad. Nauwelijks hoge gebouwen, overal zand en het ziet er erbarmelijk uit. Niettemin woonden er al eeuwen mensen in dit gebied, die ervoor kozen om hier te wonen omdat er een flink aantal rivieren uit de bergen naar de zee liep. Eén van de volkeren die er geleefd hebben zijn de Chimú (800-1400AD). Zij bouwde de Chan Chan (zon zon) stad. Een collectie van grote gebouwen, die nu te bezoeken zijn door toeristen. Voornamelijk het paleis is interessant omdat daar alles nog redelijk intact is.

Ik liep richting busstation en een buschauffeur remde vol af om vanuit zijn raam te roepen: ‘Donde vas’. Ik riep Chan Chan terug en hij sneed een auto af om mij in te laten stappen. Ik zat zo’n half uur in de bus, toen ik begon te vermoeden dat ze me niet gezegd hadden waar mijn stop was. Mijn vermoeden bleek correct, maar ik kon uitstappen en meteen weer een bus de andere kant opnemen. De krakerige dingen hadden wel mooie versnellingspoken.

Een heel aparte versnellingspook.
Een heel aparte versnellingspook.

Wanneer ik zo’n oude ruïne bezoek, probeer ik er alles over te weten te komen. In dit geval was het goedkoop een gids te huren en zo werd ik ruim een uur lang rondgeleid over de tempelpleinen en de voorraadschuren. Allemaal mooi versierd en ondanks dat de muren ooit 4 meter hoog waren en nu maar 1 meter, kon ik me een aardige voorstelling maken van hoe groots dit paleis er ooit had uitgezien. Wat me wel tegenviel was dat alle muren onder een soort plastic beschermlaag zaten, die daarna weer versierd was als originele muur. Het voelde een beetje fake.

De vissen in de zee. Ook nog in mooie staat.
De vissen in de zee. Ook nog in mooie staat.
De 'plastic' ruines van Chan Chan
De ‘plastic’ ruines van Chan Chan

Na mijn rondleiding werd me verteld dat ik met hetzelfde kaartje nog twee ruïnes en een museum kon bezoeken. Het museum stelde niet veel voor en ik was er snel doorheen. De andere ruïne was in een beetje shady deel van de stad, wat ik pas merkte toen ik er aan kwam. Omdat het bijna donker was sloeg ik de laatste ruïne over en ging ik veilig met de taxi terug naar mijn hostel.

De volgende dag stonden er twee tempels op het programma, alvorens ik een late bus naar het zuiden zou nemen. Zowel de tempels als het museum waren heel indrukwekkend. Het museum bestond uit vier grote zalen met uitleg in zowel het Spaans als het Engels en ik leerde er heel veel. In een eerdere post vertelde ik dat ik mooi aardewerk had gezien in een museum, maar geen foto’s had mogen nemen. Dat maakte ik hier volop goed.

Eindelijk het mooie aardewerk kunnen fotograferen.
Eindelijk het mooie aardewerk kunnen fotograferen.
Eén van de sieraden die de priesters van de Moche droegen.
Eén van de sieraden die de priesters van de Moche droegen.

Ik leerde dat de tempels gemaakt waren door een cultuur die vooraf ging aan de Chimú, namelijk de Moche (150-800AD) cultuur. De Moche bestreken bijna heel Peru en hadden geen koning of koningin. Het land werd geleid door priesters. Toen echter in 600AD het natuurverschijnsel El Niño voorbij kwam, begonnen de priesters aan macht in te boeten. De overstromingen en aardverschuivingen, veroorzaakt door het veel te warme zeewater, zorgden er de laatste tweehonderd jaar voor dat het volk zichzelf verspreidde en de cultuur ophield te bestaan. Het is in de opvolgende volkeren te zien dat de Moche mensen hier een nieuw bestaan hebben opgebouwd, voornamelijk door de kunst en gewoonten.

Er mocht maar één van de twee tempels bezocht worden door toeristen, Huaca de la Luna (tempel van de maan). Van de Huaca del Sol is namelijk nog maar weinig over na plunderingen van de Spanjaarden. Ook hier was rondleiding best aardig. Er waren veel mensen, dus mooie foto’s maken was er niet bij, maar de wandtekeningen waren nog in ontzettend goede staat en de pracht sloeg er van af. Die avond zat ik voldaan in de bus naar Huaraz, waar het een stuk kouder zou gaan zijn.

De muurtekeningen in Huaca de la Luna zijn nog in goede staat.
De muurtekeningen in Huaca de la Luna zijn nog in goede staat.

Midden in de nacht kwam ik aan in Huaraz. Het hostel waar ik zou verblijven was maar 3 straten van het busstation, maar ik voelde me niet heel veilig om daar met al mijn spullen ’s nachts te lopen. Gelukkig gebeurde er niets en kwam ik heelhuids aan in een fantastisch hostel. Ze hadden een goedkope privékamer en voor het eerst sinds tijden had ik het rijk voor me alleen. Het was er inderdaad koud, maar één van de voordelen van de kou is dat de douches warm zijn. Ik sliep een uurtje, friste me op en ben door Huaraz gaan lopen. Er was een grote markt bezig en ze hadden echte sportwinkels, waar ik spullen kon kopen die ik al lang niet meer gezien had. Drie keer zo duur als in Nederland, dus ik beperkte me tot een codeslot en een goede zonnebril. Die ging ik wel nodig hebben, want ik ging de komende dagen hiken op 3000-4000 meter hoogte. Ook kocht ik op de markt twee dikke truien. Ook die ging ik nodig hebben, niet alleen hier in Huaraz, maar het wordt steeds kouder nu ik zuidelijker afreis.

De dag erna zat ik om 6 uur in een minibusje dat mijn trekking groep naar het startpunt zou brengen. Samen met tien anderen ging ik drie dagen lang de zogenaamde Santa Cruz trek doen. Onderweg leerde ik de groep een beetje kennen. Het klikte vooral met de 30-jarige Ierse Angela en de 28-jarige Spaanse Fernando. Beiden ook alleen aan het reizen en Angela had ook een jaar reizen op de planning staan. Echter was zij (pas) 5 maanden onderweg. Het was de eerste persoon die dezelfde kant op reisde als ik (noord naar zuid). Omdat we ongeveer in hetzelfde tempo zouden reizen, zouden we elkaar nog wel vaker tegen gaan komen. Leuk!

Aangekomen ontmoetten we onze gids en betaalden we de toegang tot het park (ongeveer 20 euro). Toen kon de trek beginnen. Overal waar we keken rezen er machtige bergen uit de grond en achter deze bergen zagen we besneeuwde pieken en heldere lucht. We hadden geluk met het weer en het pad was goed begaanbaar. We liepen zo’n vier uur toen we bij ons kampement aankwamen. Het voordeel van het boeken van een (iets duurdere) tour is dat onze spullen voor ons gedragen werden door ezels. Ik hoefde zelf alleen te dragen wat ik tijdens het hiken nodig had (een trui, water en snacks).

In een tentje tussen de bergen.
In een tentje tussen de bergen.
Michieltje in een boom (boomkikker?). Wel een mooi meer op de achtergrond, het was echt zo blauw.
Michieltje in een boom (boomkikker?). Wel een mooi meer op de achtergrond, het was echt zo blauw.
Deel van het ploegje bij ons eerste kamp. Dame op de voorgrond is Angela.
Deel van het ploegje bij ons eerste kamp. Dame op de voorgrond is Angela.

Dus aangekomen bij het kamp lagen mijn spullen netjes klaar, de mensen hadden onze tent al opgebouwd en we hoefden alleen nog een matje en slaapzak erin te leggen en klaar. Toen was het tijd om het kamp te verkennen. Er liepen een hoop wilde stieren rond, die erg nieuwsgierig waren, maar begonnen te snuiven als je dichtbij kwam. Het was koud, maar toen we met zijn allen in de eettent gingen zitten kregen we het al snel warm. Er werd zelfs voor ons gekookt en we kregen een heerlijke gezonde maaltijd.

Meteen na de maaltijd gingen we naar bed, zodat we met het eerste licht weer op konden staan. Angela en ik deelden een tent en kropen dicht tegen elkaar aan, gekleed in vele lagen kleding en in dikke slaapzakken, maar het was nog steeds koud. Ik heb voor het eerst in mijn leven met een bivakmuts op geslapen. De matjes waren hard en hielden de kou nauwelijks tegen, dus een goede nachtrust was me niet gegund. Wat ook niet hielp was dat toen ik in het donker nog even weg liep om te plassen en me na het plassen omdraaide er vier stieren naar me aan het kijken waren. Eén volgde me naar de tent, ging liggen en snurkte als een varken?!? Angela, die verkouden was, snurkte ook, dus ik was ingesloten door snurkers 🙂

Dik ingepakt in mijn tent. Ik kan er tenminste nog om lachen.
Dik ingepakt in mijn tent. Ik kan er tenminste nog om lachen.

De volgende dag stonden we vroeg op en terwijl we onze troep weer inpakten was het ontbijt al klaar. Worst, eieren en vers brood. Dit was toch wel luxe kamperen. Dit was de zware dag. We liepen eerst uren door hobbitachtig landschap en kwamen zo bij de voet van de berg aan. Daar begonnen we aan een urenlange klim. Normaal al pittig, maar zo hoog was het ook nog eens moeilijk om lucht te krijgen. Sommige hikers hadden er minder last van, maar wij oudjes (Angela en ik) moesten heel rustig lopen. Het was het echter helemaal waard, want op de top van de berg hadden we een prachtig uitzicht. We zochten een plek uit de wind om te lunchen en we kwamen een dode koe tegen. We liepen nog maar wat verder om de lucht van de koe te mijden en toen vonden we een mooi plekje. Na de lunch vielen we bijna allemaal in slaap, dankzij de ijle lucht en de fysieke inspanning.

Een dutje doen na 4 uur klimmen. De enige manier om je hart weer op een normaal tempo te laten slaan.
Een dutje doen na 4 uur klimmen. De enige manier om je hart weer op een normaal tempo te laten slaan.
Eén van de vele panorama foto's die ik heb genomen tijdens de trek. Geeft toch een mooi beeld van mijn uitzicht.
Eén van de vele panorama foto’s die ik heb genomen tijdens de trek. Geeft toch een mooi beeld van mijn uitzicht.
De hele groep op de top. Van links naar rechts: Kyle, Fernando, Michiel, Gids Marco, Sorann , Daniela, Hortense, Simon, Angela.
De hele groep op de top. Van links naar rechts: Kyle, Fernando, Michiel, Gids Marco, Sorann , Daniela, Hortense, Simon, Angela.

De tocht naar beneden ging vrij snel en we kwamen op een enorm strand uit. Kapot gelopen, sleepten we ons door het zand. Ik liep wat vooruit en raakte het pad kwijt. Ik stond alleen voor een rivier van makkelijk 100 meter breed en ik had geen zin om helemaal om te lopen. Door de modder en springend van steen naar steen wist ik relatief droog over de rivier te komen en liep het kamp binnen. Fernando, die in Spanje helikopterpiloot bij de marine is, was al lang aangekomen en was zijn tent ingekropen om een dutje te doen. Ik kwam net aan toen er heerlijke kaassnacks geserveerd waren en ik had er stiekem al drie op voor de rest aankwam. We bouwden een kampvuur terwijl we wachtten op het eten en we wisselden muziek uit. Het was een heerlijke avond, maar ook nu gingen we weer vroeg naar bed. Twee Duitsers hadden na dag één moeten opgeven vanwege hoogteziekte, dus ik was in staat één van hun matjes te pikken. Ook was het minder koud, dus ik sliep een stuk beter.

We navigeerde constant door andere landschappen.
We navigeerde constant door andere landschappen.
En nog zo'n geweldig uitzicht.
En nog zo’n geweldig uitzicht.
Weet je waarom indianen hun hand zo houden? Als ze hem voor hun ogen houden zien ze niets. Hahahaha!
Weet je waarom indianen hun hand zo houden? Als ze hem voor hun ogen houden zien ze niets. Hahahaha!

De laatste dag van de trek was vlak of omlaag, het enige dat het zwaar maakte was dat we 7 uur liepen, waarvan een groot deel door de hete zon. We liepen langs beekjes en droge vlaktes en ik verbaasde me weer over de vele verschillen in terrein. Uiteindelijk kwamen we bij de hot springs, maar omdat het zo heet was had niemand zin in een heet bad en dus plonsden we de koude rivier in. Dat hielp enorm. We kwamen bij ons eindpunt en kochten er een veel te duur biertje. Dat hadden we wel verdiend. Samen met drie Franse meiden uit de groep ging ik die dag terug naar Huaraz, om daar diezelfde avond nog een nachtbus naar Lima te nemen.

Na Nepal was dit de eerste meerdaagse hike die ik maakte en ik ben erg blij dat ik het heb gedaan. Het was een leuke groep en een prachtig landschap zo in de Andes. Weer een ding dat ik kan afstrepen van mijn bucketlist. Toen op naar Lima, waar ik weinig verwachtingen van had, omdat iedere reiziger die ik tegenkom zegt dat ik het beter kan overslaan, omdat er niets te doen is. Ik ging toch, want ik heb wel een aantal yoga-kennissen daar.

In Lima verbleef ik slechts enkele dagen. Andere reizigers hadden me verteld dat er weinig te doen was en dat bleek te kloppen. De enige reden dat ik er naartoe ging, was om mijn Yoga instructrice Jessica weer te zien. Na twee dagen in een tent en één nacht in een bus slapen kwam ik om 6 uur ’s ochtends in het hostel aan. Ondanks dat ik nog een dutje deed, was ik niet fit. Toen Jessica zei dat ze liever de dag erna wou afspreken, was ik dan ook erg opgelucht.

De dag vulde zich verder met het doen van mijn belastingen (ja, ik heb toch ook nog verplichtingen). ’s Avonds dronk ik met wat andere hostelgangers een biertje, maar ik hield het heel verstandig om 12 uur voor gezien. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was ik er blij om. Langzaam druppelden mijn mede-drinkers naar buiten, met flinke katers, zware hoofden en wallen onder hun ogen. Ze waren tot 5 uur ’s nachts doorgegaan.

De avond op de tweede dag ging ik dan naar Jessica toe. Ik kwam aan in een mooi appartementsgebouw en werd door de ‘doorman’ naar boven gewenkt. Jessica is nogal druk en chaotisch, dus toen ik er was ging zij nog douchen terwijl ik begon te koken. Ze vertelde me onder het eten dat ze zich niet goed voelde. Pijn in haar onderbuik. Niettemin wou ze toch proberen er een leuke avond van te maken en ze nam me mee naar een huisfeest midden in de rijkste wijk van Lima. Ook hier werden we naar boven gelaten door de wachter en de lift stopte in de huiskamer. Hoe luxe!

Spaans was natuurlijk weer de voertaal van deze rijke en mooie mensen. Ik knoopte een praatje aan met Erik, een jongen die er erg westers uit zag, maar opgegroeid was in Lima. Het was wel even gezellig, tot de mensen besloten dat het tijd werd om naar een salsaclub te gaan. De hele straat vulde zich met taxi’s. Ik stapte samen met Jessica en twee andere meiden in en een half uur later kwamen we aan bij de club, die slechts een paar blokken verwijderd was van mijn hostel. Jessica stapte echter opeens al eerder uit, want de pijn was te heftig. Veel plezier met mijn vrienden zei ze.

Dapper probeerde ik het dan toch maar met al deze vreemden naar mijn zin te maken. Ik betaalde 30 Soles (ongeveer 9 euro) en ik kreeg er een biertje bij. Het was een groot en druk café en ondanks dat haar vrienden allemaal beleefd naar me lachten wanneer ik oogcontact maakte, werd ik verder ook beleefd genegeerd. Mijn pogingen om in het Spaans of Engels een praatje te maken waren dan ook snel onsuccesvol. Ik bleef nog even om naar de band te kijken, maar al snel merkte ik dat ik het niet leuk ging vinden. Ik besloot snel weer terug naar het hostel te gaan, het was half één en ik kon nog net een biertje drinken voor de bar sloot.

De mensen van het hostel haalden me over om met ze mee te gaan naar de club en voor de derde keer die avond stapte ik een taxi in. We werden afgezet bij een enorme club, net de Versus. Er waren allerlei VIP gedeeltes en een grote buitenbar. Ik waagde een dansje, maar ik werd als blanke al snel door de locals in de armen geduwd van vrouwen die verlegen uit hun ogen keken. Ik taaide af naar de buitenbar en daar wist ik me dan toch goed te vermaken. Uiteindelijk bleef ik zelfs hangen tot de bar sloot en met de taxi ging ik snel weer naar huis, om daar bij het eerste licht in slaap te vallen.

2 comments Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *