Mijn laatste dagen in Panama

Panama-stad is groot en ik had nog nooit zo’n aparte combinatie gezien tussen moderne gebouwen en een oud stadscentrum. Aan de ene kant van de stad resen de wolkenkrabbers de lucht in, omgeven door groene parken en lange boulevards. Aan de andere kant lag een vervallen maar zeer oud stuk stad, dat ooit een prachtig statige buurt moet zijn geweest. Mooi versierd traliewerk op de balkonnetjes en vele gevels vergeven met siersels.

Ik voelde me wel op mijn gemak in de grote stad, ondanks alle verhalen dat als je de verkeerde straat in liep, je in je onderbroek er weer uit kwam. Samen met de mensen die ik in mijn hostel ontmoette heb ik in 3 dagen de stad verkend.

Ja mam, het was er toch best veilig, als je het legertje toeristenpolitie achter me mag geloven.
Ja mam, het was er toch best veilig, als je het legertje toeristenpolitie achter me mag geloven.

De eerste dag ben ik gaan kijken bij de immense wolkenkrabbers, een prachtig vergezicht en als je dichtbij komt nog steeds indrukwekkend, alleen het viel me ook op dat er weinig mensen waren. Je zag niemand op de balkons van de enorme gebouwen en zelfs niet op de boulevard. Als je namelijk Googelt op Panama-Stad dan zitten daar meestal foto’s tussen van mooie meiden en mannen op de Florida-achtige boulevard, waar men in de zon skate, rent, kletst en wat zo niet meer. Maar niet toen ik er was. Er hing een sombere sfeer over dit moderne stukje stad.

De skyline van Panama-Stad.
De skyline van Panama-Stad.
Wat ik hier heel grappig aan vond, was het kleine flatje in het midden. Het stond er nog, maar was duidelijk ooit het 'hoogste' gebouw van de stad.
Wat ik hier heel grappig aan vond, was het kleine flatje in het midden. Het stond er nog, maar was duidelijk ooit het ‘hoogste’ gebouw van de stad.
Deze foto vertegenwoordigt meer dan de andere de somberheid die ook over dit moderne stukje stad lag.
Deze foto vertegenwoordigt meer dan de andere de somberheid die ook over dit moderne stukje stad lag.

De volgende dag ging ik met drie nieuwe kameraden (waarvan ik nu al de naam ben vergeten) naar het Panamakanaal. Ik verheugde me er ontzettend op, want: de mooie stranden en inspirerende bossen was ik nu wel even zat. Welbewust van de luxe positie waarin ik verkeer, temperde ik mijn enthousiasme niet en werd ik dus ook enigszins teleurgesteld. We moesten ruim $15 betalen om het uitkijkgebouw binnen te kunnen, waar tot vier verdiepingen aan platformen was gebouwd, met daarin een groot museum en een kleine 3D bioscoop.

We hadden wel geluk, we kwamen er rond 12 uur aan en normaal is de sluis gesloten tussen 11 en 2 uur, maar er zou toch nog een laatste boot doorheen gaan. Aan de ene kant was het fantastisch, want het is een bouwwerk van mensen dat maar zelden geëvenaard is, immense schepen passeren door de bijna volautomatisch werkende sluizen. Als Hollandse jongen moet je daar toch wel bewondering voor kunnen opbrengen. Binnen 8 minuten kon de ene sluis op het waterniveau van de andere sluis worden gebracht. Maar alles bij elkaar kostte het toch een klein uur om een scheep er doorheen te loodsen en dat, dat was alsof je keek naar het drogen van verf: oersaai!

Het grote schip dat we de sluis door zagen gaan.
Het grote schip dat we de sluis door zagen gaan.

De 3D vertoning was wel aardig, in 5 minuten kreeg je de basis van de bouw mee, al vroeg ik me vooral af waarom het 3D was, er zaten nauwelijks 3D effecten in. Niettemin hadden we een hoop lol in dit bioscoopje en die werd voorgezet in het zeer interessante museum. Je kon er kijken hoeveel procent water er in je lichaam bevond en elk getal werd gematched met informatie over dat percentage in de geschiedenis van het Panamakanaal.

Lol in de 3D bios... Wat zulke brilletjes toch niet met je kunnen doen.
Lol in de 3D bios… Wat zulke brilletjes toch niet met je kunnen doen.

Er was ook veel interessants te lezen, bijvoorbeeld dat de duurste overgang een immens schip was dat een paar ton moest betalen om door het kanaal te gaan en dat de goedkoopste overgang was voor $0,84 dollarcent, dat was een man die het Panamakanaal door zwom. Daarnaast was het mogelijk om in een simulator zelf de kapitein te spelen. Het leek net echt en ik vermaakte me ook kostelijk.

Na nog een dag van nietsdoen in het hostel besloot ik verder te gaan naar Dariën, waar ik een apart verhaal over heb geschreven. De terugkeer vanuit daar naar Panama-stad verliep zonder noemenswaardigheden en ik sliep er slechts één nacht voordat ik verder ging naar wat men paradijs noemde: San Blas Islands, of Guna Yala. Ik had een tocht geboekt, wat betekende dat ik iemand 20 dollar betaalde om te zorgen dat ik vervoer en een bed had. Aardige kerel, maar achteraf gezien had ik het ook makkelijk zelf kunnen regelen. Ik werd om 5:00 ’s ochtends opgepikt door een man die zijn auto niet in de buurt van het hotel kon krijgen omdat de hele wijk was afgezet. De dag na mijn vertrek zou namelijk de Summit of the Americas beginnen, inclusief alle belangrijke presidenten van de continenten, zoals bijvoorbeeld Obama. Wetende dat ik toch nooit een glimp van de man zou kunnen opvangen en dat het enkel voor dichte winkels en een hoop logistieke problemen zou zorgen, was ik blij dat ik naar de paradijselijke eilanden ging.

Na een tocht van ruim 2 uur slingerend over wegen die alleen door een 4WD konden worden bereden werd ik voor het eerst wagenziek terwijl ik voorin de auto zat. Ik was blij dat we er net op tijd uit mochten. De boottocht naar het eiland waar ik de accommodatie had geboekt duurde normaal slechts een half uur, maar vanwege zijdelingse afspraken deden we eerst nog een aantal andere plekken aan en werd ik 2 uur later doodmisselijk op mijn eiland afgezet.

De kapitein van onze boot was een aardige jongen uit Zwitserland die opviel door zijn hoogblonde haren en zijn witte huid. Hij was met een Guna-vrouw getrouwd en sprak zes talen, waaronder zelfs redelijk Nederlands. Fijn om eindelijk weer een woordje Nederlands te wisselen, trok ik erg naar hem toe en wanneer hij niet aan het werk was konden we het goed met elkaar vinden. Het bleek dat hij niet alleen al getrouwd was, maar ook een kind had van een jaar of 2. Zelf was hij slechts 25 en ik verbaasde me over de verschillende levenspaden die we hadden genomen.

Zijn dochter was uniek. De Guna-mensen zijn de kleinste mensen ter wereld na de pygmeeën en hier was een dochtertje dat al vrij lang was en boven de duidelijk inheems bruine huid prijkte lichtblonde haren. Ik zou alleen al over 20 jaar willen terugkomen om te kijken of dit niet meest unieke mens zou zijn dat ik ooit zou ontmoeten.

De 3 dagen die ik op het eiland doorbrachten waren wel aardig. Ik bedoel, het zijn paradijselijke eilanden. De 365 stukjes land zijn allemaal anders. Op sommige is elk stukje land bezet met houten huisjes op pilaren, op andere zit het vol met toeristen en sommige deden me denken aan “Kinderen voor Kinderen: Op een onbewoond eiland”. Daar was slechts wat zand met een paar palmbomen en een hangmat er op. De dagen bracht ik door met snorkelen en boottochtjes naar mooie plekken in de buurt.

Isla Diablo, het eilandje waar ik op verbleef.
Isla Diablo, het eilandje waar ik op verbleef.
Ook mijn eilandje had kokosbomen met een hangmat ertussen
Ook mijn eilandje had kokosbomen met een hangmat ertussen
Dit was mijn bad in de ochtend, twintig stappen en ik was wakker.
Dit was mijn bad in de ochtend, twintig stappen en ik was wakker.
Kokosnoten liggen hier voor het oprapen.
Kokosnoten liggen hier voor het oprapen.
´s Avonds was er een vuurshow op het eiland. Echter zorgde de wiet en rum in deze jongens ervoor dat het vaker mis, dan goed ging :-)
´s Avonds was er een vuurshow op het eiland. Echter zorgde de wiet en rum in deze jongens ervoor dat het vaker mis, dan goed ging 🙂

Ik had alleen een klein beetje pech, de andere mensen op het eiland vertrokken allemaal net de dag nadat ik er aangekomen was. De tweede dag was gevuld met lokale dagjesmensen, die alleen aandacht voor zichzelf hadden. De laatste dag kwamen er weer mensen aan die langer zouden blijven, maar ja… nu ging ikzelf de dag erna weer weg.

Op de tweede ochtend op het eiland zag ik opeens een gemist telefoontje van mijn zusje Annelies. Ik schrok me dood, zij was in Zuid Afrika en wist dat ik in Panama zat, dus het moest wel heel belangrijk zijn. Er zou toch niets gebeurd zijn! Ik stuurde haar een smsje en ze belde meteen op: “Michiel, ik ben verloofd! Craig heeft me ten huwelijk gevraagd!”. Het telefoontje was minder dan een minuut, maar ik moest er minstens een uur van grijnzen.

Tijdens mijn grijnzende uurtje, nam ik deze foto om mijn zus te feliciteren.
Tijdens mijn grijnzende uurtje, nam ik deze foto om mijn zus te feliciteren.

Al met al waren de paradijselijke eilanden van San Blas wederom een mooie ervaring en het was weer een ander soort omgeving. Niettemin was het ook soms weer eenzaam en rustig. Het was me duidelijk, ik was klaar met Panama en de eenzaamheid die het me soms had gebracht. Het werd niet alleen tijd voor een nieuw land, maar ook een nieuw continent. Ik ging naar Zuid-Amerika. Met de één na laatste ferry die er ooit zou gaan vertrok ik, Panama en al haar avonturen achter me latend. Op naar het land waar ik hoorde dat mensen salsa dansten in de straat, waar er mooie vrouwen vroegen hoeveel geld je bij je had en waar de echte Latijns-Amerikaanse cultuur te vinden zou zijn: Colombia.

One comment Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *