Met 60 km/u over de sneeuwvlakten

Vince en ik werden vroeg wakker in het oude ziekenhuis van Seydisfjörder. We waren inmiddels helemaal aan de oostkust van IJsland beland. Het was er vooral kaal en rustig. Seydisfjörder is een vissersplaatsje met huizen die gebouwd zijn uit een mix van beton, hout en staalplaten. De felle kleuren wisselde elkaar af en droegen samen met de grote vrachtschepen bij aan een bijzondere uitstraling. Ook oude containers en opslagloodsen waren omgetoverd in huizen.

Voor we weer een eind in de auto moesten rijden vonden Vincent en ik dat we een wandelingetje moesten maken door het dorp. Ondanks dat het best leuk was om te zien, was er eigenlijk niet veel te doen. Er waren geen mensen op straat en slechts heel af en toe een auto, dus we gingen snel verder.

Mooi beschilderd (gestencild?) huis
Mooi beschilderd (gestencild?) huis
Blauw kerkje in het spookachtige dorp
Blauw kerkje in het spookachtige dorp
Regenboogpad speciaal voor Vincent
Regenboogpad speciaal voor Vincent
Een containerhuis
Een containerhuis
Houten boot, zoals veel die we daar zagen. Oud, maar nog steeds bruikbaar.
Houten boot, zoals veel die we daar zagen. Oud, maar nog steeds bruikbaar.
Prachtig bordje van de lokale smid
Prachtig bordje van de lokale smid
De wegen van IJsland nog maar eens
De wegen van IJsland nog maar eens

Filmische vikingen

Het was wederom een uur of vier rijden om in Höfn te komen, maar vergis je niet, het rijden is niet alleen om van A naar B te komen. Het is ook gewoon deel van de rondreis in IJsland en het is prachtig om ook nu weer het landschap om ons heen te zien veranderen. Voordat we in Höfn kwamen besloten we nog even te stoppen in een ‘Vikingdorpje’. IJsland is destijds heel vaak bezocht door de Vikingen, daarom zijn er ook geen bomen meer. Een aantal Vikingen vestigden zich in IJsland in dorpjes die er uit zien of Asterix en Obelix er wonen. Zo’n dorpje wilden wij dus wel eens zien, helaas bleek al lezende dat het een nagebouwd dorpje was, dat gemaakt was voor een filmset. De film is nooit uitgekomen, maar het dorpje fungeert nu als de toeristische trekpleister van het zuidoosten.

Bij binnenkomst word je overgehaald door lekker uitziende taarten om even te zitten en een kop koffie te drinken, daarna koop je een kaartje om naar het Vikingdorpje te lopen. Het zag er echt gaaf uit. Alles van hout met palissade en kleine huisjes, soms deels onder de grond en overgroeid met gras. Achter de Town Hall vonden we een heel stel grazende paarden. Tegen de hoge rotsen op zag het er erg pittoresk uit. Ook in dit geval spreken beelden weer luider dan woorden.

We sloten dus af met een kort bezoekje aan de vuurtoren om ons daarna weer weg te haasten om nog op tijd onze boodschappen bij de supermarkt te halen. Met onze verse boodschappen kwamen we aan in ons (dure) gasthuis waar we in een mooie kelder een ruime kamer en kleine keuken tot onze beschikking hadden. Dat je er 160 euro betaalt voor één nachtje namen we dan maar voor lief. We deelden de keuken met twee Nederlandse dames en dat zorgde ervoor dat we na het eten in onze moedertaal een leuk gesprek konden voeren. Maar volgens mij hadden we allemaal zoiets dat je juist op vakantie gaat om eens niet onder de Nederlanders te zijn en het was geen straf om vroeg naar bed te gaan.

Deze Noorman heet je welkom bij de ingang
Deze Noorman heet je welkom bij de ingang
Het dorpje tegen de achtergrond van majestueuze bergen
Het dorpje tegen de achtergrond van majestueuze bergen
Groen en hout hobbiterig gebouwd
Groen en hout hobbiterig gebouwd
De paarden liepen om het dorp heen
De paarden liepen om het dorp heen
Een zwarte duin met rotsige bergen. Als ik nu mijn ogen dichtdoe en aan IJsland denk, is dit het beeld dat ik zie.
Een zwarte duin met rotsige bergen. Als ik nu mijn ogen dichtdoe en aan IJsland denk, is dit het beeld dat ik zie.

Sneeuwscooteren

De volgende ochtend werden we wakker met een fantastisch vooruitzicht. We hadden namelijk de dag ervoor (in de auto nog) een rit met een sneeuwscooter (snowmobile) geboekt bij Glacier Journey. Omdat het toch al belachelijk veel geld was dat we hier aan uitgaven, hebben we meteen maar bijbetaald om op aparte sneeuwscooters te kunnen rijden. We kwamen aan in de veronderstelling dat we met een groep op pad gingen. Maximaal 12 personen en boek op tijd werd ons gezegd, want het loopt snel vol.  In dit geval was het echter zo dat we maar met zijn tweeën waren. Een privétour! Onze gids vond het ook geen probleem. Hij kreeg evenveel betaald, of het nou twee of twaalf mensen waren.

We kregen sneeuwvaste pakken aan, die kennelijk bij elk tankstation te krijgen waren, maar ons wel lekker warm hielden. Ook een helm en handschoenen kregen we mee. We stapten in een enorme jeep (bijna Monstertruck) en begonnen aan een interessante tocht richting de gletsjer. De gids vertelde enorm veel over IJsland en het gebied eromheen. Van het smelten en terugtrekken van de gletsjer vanwege de klimaatveranderingen tot welke dieren er in de omgeving rondliepen (elanden!). Ook had Vincent, na het contact met Kristinn enkele dagen geleden, al zijn vragen over IJsland opgespaard en die kon hij nu mooi afvuren op onze gids. Voor we het wisten waren we in de sneeuw aan het rijden en kwamen we aan bij de sneeuwscooters.

We stapten snel op en vol ongeduld luisterden we naar de instructie over het gebruik van die dingen. Toen we dan eindelijk mochten gaan rijden 3 minuten later, gingen we in rap tempo over de sneeuwvlakten. Het was belangrijk dat we in het pad van de gids reden, want als we daar te ver buiten gingen dan zouden we over stukken gletsjer kunnen gaan met zwakker ijs en dan kon dat wel eens onder je wegzakken. Helaas hebben we nooit gevraagd hoe zij dan ooit de veilige route hebben kunnen bepalen. Hoe zie je onder drie meter sneeuw waar het ijs veilig genoeg is?

Toen we het een beetje onder knie hadden begonnen we ook steeds harder te rijden. De gids zei al dat hij een paar dagen geleden met maar liefst 50 km/u over de sneeuwvlakte raasde en wij vonden dat we daar overheen konden. Toen we eenmaal een bergtop over waren en zich voor ons kilometers van ongerepte sneeuw ontwaarden trokken we de gashendel dan ook flink open en raceten we met 62km/u van de berg af.  Ongelooflijk wat een kick je krijgt van zoiets. Je bent niet meer bang om te vallen, je weet namelijk dat als dat gebeurt er toch meters sneeuw zijn om je te beschermen. Het uitzicht is dan ook overweldigend en de kou voel je niet (meer).

We waren een klein uur onderweg in totaal, maar het leek net een kwartier. Niettemin was het de 270 euro per persoon wel zeker waard.

Ik ben er klaar voor!
Ik ben er klaar voor!
Yeah!
Yeah!
Vincent vroemt
Vincent vroemt
Sneeuwballengevecht moet natuurlijk even
Sneeuwballengevecht moet natuurlijk even
Onze gids in zijn felle pak voor de halve monster-truck
Onze gids in zijn felle pak voor de halve monster-truck

Diamanten op het strand

Na terugkomst stapten we in de auto om nog eens 7 uur langs de zuidelijke weg te rijden. Vincent viel snel in slaap, maar niet voordat hij mij op het hart drukte te stoppen bij Diamond Beach en Jökulsárlón. Een groot meer waar ijs van de gletsjer in een soort mini-ijsbergen ronddreef. Dit was duidelijk ook de ‘toeristische’ grens. Waar we hiervoor alleen maar toeristen tegenkwamen die net als wij het hele eiland rondreden, waren we nu beland bij de meest oostelijke plek waar men naartoe ging als ze maar een paar dagen hadden. Ondanks dat we in het minder toeristische september aan het reizen waren, waren er hier toch bijna honderd auto’s te bespeuren en zelfs hier en daar een grote bus. We liepen met de andere toeristen mee en staarden uit over het meer.

We zagen zeeleeuwen en ijsschotsen in allerlei kleuren. De één heel schoon en blauw, de ander grijs en zwart vanwege het vulkanische vuil dat het had meegesleept. Ook zagen we een boot op wielen op een gegeven moment het meer inrijden. Een boottocht tussen de ijsschotsen is natuurlijk heel mooi, maar om dat op zo’n drukke boot te doen trok ons absoluut niet. In plaats daarvan reden we een klein stukje verder en liepen we een strand op dat helemaal zwart zag van het vulkanische zand. Het mooie eraan was ook dat het er vol lag met grote en kleine ijsschotsen. Schitterende diamanten op het strand.

Ongewend als we waren aan al die mensen om ons heen stapten we snel weer in de auto om onze dag te eindigen in Hvolsvöller. We deden boodschappen en checkten in bij ons hostel Midgard. Een prachtig industrieel hostel met hele gave bedden, die je door middel van een gordijn toch wat privacy gaven. Er was een grote hangout voor de backpackers en dat voorspelde gezelligheid.

Vincent wist deze opname te maken (geluid hard aan!)
Het 'IJsbergen-meer'
Het ‘IJsbergen-meer’
Diamanten strand
Diamanten strand
Zo'n grote diamant vind je daar
Zo’n grote diamant vind je daar
Prachtige uitzichten op de langzaam schuivende geltsjer
Prachtige uitzichten op de langzaam schuivende geltsjer
Maar soms ook heel excentrieke maanlandschappen
Maar soms ook heel excentrieke maanlandschappen

Keuken met een magnetron

We wilden met onze verse groenten wederom een lekkere vegetarische maaltijd klaarmaken in de hostelkeuken, maar die bleek te bestaan uit een magnetron en een werkblad. Er was nog een kleine koelkast, maar dan hield het ook op. Een beetje verontwaardigd was ik wel. Wie noemt zich nou een hostel, maar heeft geen keuken? Hun idee was dat we in hun restaurant gingen eten en dat ze zo meer aan ons verdienden. Wij vonden dat zonde, dus we hebben gekookt in de magnetron. Dat doe je als volgt: je snijdt alles heel klein, googelt hoe lang de wortelen, paddenstoelen, aardappelen enzovoorts in de magnetron moeten en dan mix je ze zodra ze klaar zijn. Het was niet per se de beste maaltijd ooit, maar het voelde wel als een overwinning.

De avond sloten we af met een heerlijk warm bad, nou ja in een hot tub op het dak dan. Ik zat er net in mijn eentje in, toen er een paar Fransen bij kwamen zitten. Toen nog meer en voor ik het wist zat ik in mijn eentje tussen zes Fransen, die allemaal nauwelijks Engels spraken. We konden toch wel goed met elkaar lachen en zodoende ontstond er een leuke sfeer. Het zorgde ervoor dat ik pas twee uur later met zwaar gerimpelde vingers eruit ging en direct mijn bed in ging. Na weer zo veel avontuur op één dag, sliep ik als een roos. Dat was ook wel nodig want ik had een hike van een hele dag voor de boeg.

Wollige vikingpop
Wollige vikingpop (voor als je dat niet zag)
One comment Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *