Termieten en Tikal

Flores, een eilandje in het midden van een groot meer. Voor mij was het slechts een tussenstop op de lange weg naar San Pedro La Laguna. Na alles wat ik daarover heb gelezen klinkt het als een plaatsje waar ik me helemaal thuis zou voelen. Maar eerst stonden even twee dagen Flores op de planning. Onder andere zodat we Tikal konden bezoeken, waar prachtige Maya tempels te zien zijn.

Na een frustrerende busreis met het engste wc-tje tot nu toe (de deur ging enkel open als je je met je volle gewicht ertegenaan wierp) kwamen we aan in Flores en besloten we om het tripje naar Tikal maar meteen die nacht om drie uur te doen. Waarom slapen als je ook wakker kunt zijn? En we hadden zo’n vermoeden dat het het meer dan waard zou zijn om zo vroeg te gaan. Zowel om de zonsopgang te kunnen zien vanaf een 70 meter hoge Maya tempel als om de stilte voor de toeristenstorm.

Met een heel klein beetje moeite stonden we na vier uurtjes slaap naast onze bedden (voor het eerst aparte bedden en heerlijk veel bewegingsruimte. Niet dat we elkaar niet meer leuk vinden, maar soms heeft een mens gewoon een beetje bewegingsruimte nodig). Heel even leek het alsof we het hostel niet zouden kunnen verlaten, alles was afgesloten en onze kamersleutel bleek geen effect te hebben op de voordeur. Gelukkig hoorden we al snel gestommel en deed een ietwat chagrijnige jongen in pyjamabroek de deuren voor ons open.

Hij had nog niet alles weer achter ons dichtgedaan of we hoorden nog iemand naar buiten komen. Onze allereerste Nederlander verscheen ten tonele, Wieger. Arme Wieger was echt een typisch grote Nederlander en moest zich half opvouwen om in het kleine busje te proppen waarmee we naar Tikal gebracht zouden worden. Dat ding maakte dan ook geluiden alsof hij het niet ging redden. Een spannend moment kwam toen we enigszins berg op moesten en het busje zo ongeveer stil viel. Ik zag het al helemaal voor me dat we met z’n allen zouden moeten duwen (ik heb daar ervaring mee, want ik heb ooit samen met Gerard en mijn vader de auto een berg in Tsjechië op moeten duwen).

Eenmaal in Tikal was alles nog steeds aardedonker en heb ik een klein avontuur beleefd toen ik, gewapend met het lampje op Michiels telefoon, de wc moest vinden waar ook nog geen licht bleek te branden. Vervolgens kregen we een kop koffie waar ik me de hele reis op had verheugd (we konden er maar eentje betalen omdat de toegang tot Tikal ons beroofd had van ons laatste beetje geld. Wieger heeft zelfs moeten bijleggen, anders hadden ze ons bij de ingang laten staan. Hij deed dit in naam van alle Nederlanders om te zorgen voor een gullere reputatie). De kop koffie werd door velen argwanend bekeken en bestempeld als thee. Maar als het je enige kop koffie is dan klaag je niet, in ieder geval niet te hard.

Samen met de gids begon onze groep aan een spannende tocht door de jungle. Slechts enkelen onder ons hadden een lampje bij en gelukkig voor mij is het lampje op de telefoon van Michiel bizar fel. Dit keer geen netjes vrijgemaakte wegen, zoals in Coba, maar echt over wortels heen klauteren en uitkijken dat je niet tegen een liaan aan loopt. Volgens de gids moesten we ook oppassen voor aapjes die ons met poep konden bekogelen.
Natuurlijk waarschuwde hij ook voor slangen en tarantula’s en dat soort zaken. Het spannendste dat me overkwam was dat opeens iemand voor me me staande hield en me waarschuwde dat er recht voor me op de grond een spin zat. Hoe goed ik ook keek, ik heb niks gezien. Nu kan dat aan mij liggen, want ik heb mijn bril thuis laten liggen. Maar ik weet zeker dat die jongen me heeft behoed voor een vreselijk lot.

Rond vijf uur kwamen we onderaan de Maya tempel aan die we zouden moeten beklimmen. Ondertussen had ik toch wel klamme handjes van de zenuwen. De tempel in Coba had me al hoogtevrees bezorgd (blijkbaar heb ik een Maya-tempel-specifieke-vorm van hoogtevrees) en deze was bijna twee keer zo hoog. Gelukkig hoefden we nu niet de door de Maya’s gemaakte trap te beklimmen en hadden ze een normale, niet al te steile, houten trap tegen de tempel aangebouwd die wij mochten gebruiken. Later bleek dat dit komt omdat de rest van de tempel nog bijna volledig begroeid is. Alleen de top en een klein deel van de bodem zijn tot nu toe vrijgemaakt en worden gerestaureerd.

Tempel IV
Tempel IV

Er werd ons op het hart gedrukt dat we stil moesten zijn bovenop de tempel omdat dit een moment was voor meditatie en rust, heerlijk. Het was dan ook een veel intensere ervaring door de stilte die heerste aan de top. Wel hoorde je om de zoveel minuten weer het melodietje van een camera die aan werd gezet.

Ik vreesde een beetje voor het moment dat de zon zou onthullen hoe ver de grond van me af was. Gelukkig voor mij bleek de tempel dus nog begroeid te zijn, want ik zag door de bomen de afgrond niet meer. Het was prachtig om zo over het dak van de jungle uit te kijken en hier en daar een enthousiaste vogel te horen toen de zon op begon te komen.

De zonsopgang van tempel IV in Tikal
De zonsopgang van tempel IV in Tikal

Na dit moment van rust en meditatie dook onze gids weer op en begonnen we aan een verdere verkenning van Tikal. Carlos was de beste gids die ik me had kunnen voorstellen. Hij vertelde alleen maar echt interessante dingen en hij was ook nog eens grappig. Zelfs kreeg hij de groep zo ver om eens wat termieten te proberen, volgens hem zouden ze smaken als wortels en waren ze essentieel voedsel om te kunnen overleven in de jungle. Michiel was de eerste die het aandurfde en pas toen we zagen dat hij niet direct dood neerviel waren ook wij bereid een hapje te proberen. Ze hadden inderdaad een vrij heftige wortelsmaak die nog lang daarna bleef hangen.

Carlos liet ons verder heel veel heerlijke bladeren ruiken en kauwen, eentje waar je tong een beetje verlamd van raakte. Het hoogtepunt van de toer was toen hij ons liet zien hoe Tikal ontdekt is, namelijk door een soort vrucht waar sap uitkomt dat ze vroeger gebruikten als kauwgum, chicle (het witte goud). Dit spul was het voornaamste exportproduct van Guatemala en toen ze op zoek waren naar de bomen waar deze vruchten aan groeien ontdekten ze tempel IV, de hoogste tempel die boven het bladerdak uitstak. Michiel wilde natuurlijk die kauwgum wel eens proberen en heeft de rest van de tocht moeite gehad om zijn vingers weer van elkaar af te krijgen, na een tijdje noemde hij het geen kauwgum meer maar stopverf.

De toer eindigde op ‘la gran plaza’, waar tempel I en tempel II staan, de een stond voor leven en de ander voor de dood. Deze tempels werden gebouwd onder leiding van de grootste koning die Tikal heeft gekend, namelijk Ah Cacao, oftewel King Chocolate. Hij was letterlijk de grootste want hij was 1,80 meter lang. Voor Maya’s ben je dan een reus, want zij waren maximaal 1,50 meter groot. Ze zijn hem zo gaan noemen omdat cacao alleen voor de elite was en waarschijnlijk als geld gebruikt werd.

Tempel 1 vanaf tempel 2 (in het midden het Maya ritueel)
Tempel 1 vanaf tempel 2 (in het midden het Maya ritueel)

We hadden fantastische timing, want toen we op la gran plaza waren vond op dat moment een ritueel plaats door afstammelingen van de Maya’s, die uit de Highlands afgereisd waren om te bidden voor geluk. Ze dansten allemaal, onder begeleiding van muziek, om een groot kampvuur heen. Op dat kampvuur werd vanalles gegooid, zoals cacao, tabak en kruiden. Carlos drukte ons op het hart om geen foto’s te maken. Dit bleek echter teveel gevraagd van de meeste toeristen. Wij hebben ons er ook schuldig aan gemaakt, door te doen alsof we een tempel fotografeerden en ‘per ongeluk’ de dansende mensen erop te krijgen.

Achteraf vraag ik me af of ze het echt erg vonden want de vrouwen die ik op de wc tegenkwam (waar anders?) waren ontzettend vriendelijk. Ik had half verwacht vervloekt te worden omdat ik zo’n heilig moment verstoord had.

Terug in Flores hebben Michiel en ik ons meteen naar een ATM gehaast, vrezend dat onze pinpassen niet zouden werken. Op Flores zelf is er maar eentje die blijkbaar altijd kapot is, dus we moesten de brug over naar the mainland. De pinpas van Michiel weigerde inderdaad dienst (geheel per ongeluk was ik de mijne vergeten), dus we konden wel janken van opluchting toen zijn creditcard het wel deed. Wieger is dan wel een gulle Nederlander, als we hem zijn geld niet hadden kunnen teruggeven had hij dat waarschijnlijk minder leuk gevonden.

Gelukkig waren die zorgen voor niks en hebben we gezellig samen met hem gegeten bij een kraampje aan het meer. Het was een van de beste maaltijden die ik tot nu toe heb gehad, daar aan de kant van de weg (inclusief een groot stuk chocoladetaart als toetje).
Omdat we het alle drie missen om spellen te kunnen spelen met vrienden hebben we de avond afgesloten met een spelletje Zombiefluxx en natuurlijk un cerveza.

Wieger en Michiel aan de Zombiefluxx en de cerveza
Wieger en Michiel aan de Zombiefluxx en de cerveza

Hier trouwens nog een extra filmpje van Michiel:

8 comments Add yours
  1. Jij kan echt goed schrijven Toon, het is net alsof ik erbij ben! Hoewel ik wel een beetje in de war was bij termieten die shaken als wortels 😉

    Wat cool dat jullie dat ritueel gezien hebben! En aan de filmpjes te zien ziet het er ook lekker rustig uit daar, heerlijk.

  2. Wow! Prachtig beschreven avontuur daar bij die tempels! Toon, heb je al te enge beesten gezien? Echt enorm leuk om die reisjes zo mee te kunnen lezen. Je beschrijft ze zo reëel, dat ik me met een beetje fantasie met jullie mee waan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *