Luieren bij de groene schildpad

Wandelen en relaxen waren de enige twee activiteiten die op de planning stonden voor het bergdorpje Alegria. Er is verder ook echt niets te doen. Op het centrale pleintje zijn er een aantal locals te vinden, maar voor de rest is het een oase van rust. Op twee kilometer van het dorpje ligt een kratermeer, heel origineel Laguna de Alegria genoemd. Na de wandeling daar naartoe begon mijn enkel weer te protesteren. Die was nog steeds geïrriteerd van het surfen.

Welkom bij het meer van Alegria 'boks ouwe'
Welkom bij het meer van Alegria ‘boks ouwe’
De prachtige kleuren van Laguna de Alegria
De prachtige kleuren van Laguna de Alegria
Laguna de Alegria
Laguna de Alegria

Toen de vrouw van ons hostel in de gaten kreeg dat mijn enkel pijn deed, heeft ze mijn voet en been uitgebreid gemasseerd. Dit is zo typisch voor veel van de Salvadorianen die we zijn tegengekomen, het zijn de vriendelijkste mensen die je je maar kunt voorstellen. Ze leek alleen niet te begrijpen dat we maar een beetje Spaans kunnen verstaan, ze bleef maar praten op een tempo waarin woorden verdwijnen en een soort gemompel ontstaat. Michiel en ik hebben maar zoveel mogelijk geknikt en geglimlacht, tot het moment dat ik iets meende op te vangen over een tumor. Dan is het toch maar beter om een ernstigere knik te laten zien.

Drie dagen van frisse (en koude) berglucht hadden ons goed voorbereid op het warme strand van El Cuco. Het dorpje zelf schijnt heel naargeestig te zijn, dus wij kozen voor een hostel dat drie kilometer verderop lag, La Tortuga Verde. Niet zozeer een hostel, maar een resort backpacker style. Dat betekent dat je nooit het terrein hoeft te verlaten, maar dat de prijzen wel redelijk zijn.
La Tortuga Verde zet zich in voor schildpadden en pelikanen en speciaal voor Michiel en mij kropen er twee schildpadjes hun ei uit op onze eerste volle dag daar. Helaas werd eentje al snel uit onze handen getrokken door een iets te enthousiaste vrijwilligster uit Amerika. Al gaf dat mij wel de kans om het hele gebeuren op film vast te leggen.

Het is een vrij emotioneel gebeuren om zo’n klein beestje te zien worstelen met veel te grote golven, vind ik. Blijkbaar overleeft ook maar een tiental schildpadjes op de 100 het begin van deze reis.

Ik vergeet helemaal te vertellen over hoe hartelijk Michiel welkom werd geheten in de prachtige zee van El Cuco. Daar waren we nog geen half uur van aan het genieten, toen Michiel (met zijn grote voeten) op een rog ging staan en gestoken werd. Voor alle mensen die de klassieke grapjes willen maken: nee, het was niet in zijn hart.
Gelukkig is dit niet echt een zeldzame gebeurtenis en wisten de mensen van La Tortuga precies wat ze met hem aan moesten. De remedie is om de voet in heet water te zetten (of heet zand) en als het goed is verdwijnt de pijn dan volledig. Twee uur later ben je, als het goed is, genezen. Michiel zette nog een zwak protest op ‘koud water zou ook moeten werken’, maar gaf gelukkig toe en de pijn verdween inderdaad meteen.
Na dit hele spektakel hebben we geleerd de zee in te schuifelen en het heeft even geduurd voordat we niet meer bij ieder steentje dat onze voeten raakte gillend weg wilden rennen.

Gelukkig wenden we al snel weer aan de zee, want er zwommen iedere dag dolfijnen langs het strand. Het is ons één keer gelukt om op drie meter afstand van een dolfijn te komen, dat was magisch! We zagen hem maar heel even met zijn vin boven water komen, maar hij was zo dichtbij!

Een dolfijn, zo dichtbij de kust!
Een dolfijn, zo dichtbij de kust!

Verder bestonden de vier dagen die we door hebben gebracht in het ‘resort’ uit vis eten, yoga, lezen en rondhangen met de andere gasten.

Lezen in de hangmat
Lezen in de hangmat
Het mooie strand bij La Tortuga Verde
Het mooie strand bij La Tortuga Verde

Uiteindelijk waren we dan ook wel weer blij om te vertrekken. Het was een mooi afscheid van El Salvador en Nicaragua wachtte met smart op ons.

Het oorspronkelijke idee was om de reis van El Cuco naar Nicaragua per boot te doen. Dat plan lieten we maar varen toen bleek dat dit ons 75 dollar per persoon zou kosten. Belachelijk.
De opties die overbleven waren om de reis met verschillende (7 om precies te zijn) chickenbusses te doen of om een shuttle te regelen vanuit het hostel die ons in één keer naar Léon zou brengen. Aangezien we twee keer een grens over moesten (El Salvador-Honduras en Honduras-Nicaragua) kozen we voor het laatste. Een jongen die we in La Tortuga leerden kennen, Victor, vertrok een dag eerder dan wij richting Léon en trotseerde heel dapper de chickenbusses (later hoorden we van hem dat hij er 11 uur over heeft gedaan).

Dankzij de shuttle was het een ontzettend ontspannende reis. In het busje had zich een leuke groep mensen verzameld, dus er was zelfs entertainment onderweg.

Korte lunchpauze tijdens de lange reis naar Léon
Korte lunchpauze tijdens de lange reis naar Léon

De eerste grensovergang verliep redelijk vlot, voor ons tenminste. Een andere gast uit La Tortuga, Greg, reist met zijn motor door Centraal Amerika en hij werd twee uur vastgehouden bij de douane. Blijkbaar zijn mensen van Honduras heel achterdochtig. Ik vond het heel erg om hem in de rij te zien staan in zijn dikke motorpak, in de brandende zon. Hij was er duidelijk al helemaal klaar mee en hij moest daarna nog een grens over. Laat staan de vele uren die hij nog zou moeten rijden over de slechtste weg die we tot nu toe mee hebben gemaakt. Er zaten zoveel gaten in de weg van de ene grens naar de andere dat het een soort achtbaanrit werd, waar we steeds door het busje heen geslingerd werden van de kracht waarmee de chauffeur aan het stuur trok.

Toen we Nicaragua binnen wilden werden we eerst voor een apparaat gezet dat kon zien of we koorts hadden of niet (toch fijn om meteen een check up te krijgen), vervolgens nam onze chauffeur al onze paspoorten in en liep hij ermee weg. In eerste instantie denk je, chill dan hoeven wij niet in de rij te gaan staan, maar toen hij na een uur nog niet terug was gingen er de wildste verhalen rond over de waarde van onze paspoorten ten opzichte van zijn busje. De conclusie was dat het een goede deal voor hem zou zijn om de paspoorten de verkopen.
Natuurlijk bleek hij gewoon netjes in de rij te hebben gestaan, hij was ten slotte van het vriendelijke El Salvador, en keerde hij weer terug met al onze paspoorten veilig in zijn handen.

Rond vier uur ’s middags kwamen we aan in Léon, een heuse studentenstad. Het hostel waar we gereserveerd hadden heet La Tortuga Booleda (the lazy turtle), dus we verhuisden van de ene turtle naar de andere. We waren nog bezig met onze backpacks de bus uit te krijgen toen Victor alweer voor onze neus stond. Samen met hem hebben we onze eerste avond in Nicaragua doorgebracht in een restaurant dat gerund wordt door Belgen, Via Via.

Michiel en Victor bij Via Via
Michiel en Victor bij Via Via

Daar hebben we een heerlijke steak gegeten met Belgische frietjes. Tja, als je de kans krijgt!

One comment Add yours
  1. Wat vet dat jullie een klein schildpadje hebben vrijgelaten! Dat vergeet je je leven lang niet meer.

    Jullie beginnen er steeds meer vies bruin uit te zien, niet eerlijk. Ik zou al blij zijn als ik geen licht meer gaf in het donker…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *