Zweet, geen bloed, wel tranen

Eén van de best bewaarde steden van Zuid-Amerika is Cuenca. Een UNESCO heritage en dat is te merken. Het verhaal over Cuenca is kort en vooral voor cultuurliefhebbers. Omdat ik er slechts twee dagen ben geweest, is er niet veel over te vertellen, maar omdat het zo’n mooie stad is heb ik enorm veel foto’s genomen.

Grote kathedralen in Cuenca...
Grote kathedralen in Cuenca…
...met hele grote deuren.
…met hele grote deuren.
De antieke straten van Cuenca.
De antieke straten van Cuenca.

Beide dagen heb ik vooral veel rondgelopen in Cuenca. Er waren oude Inca ruïnes in Cuenca. Mijn eerste aanraking met deze oude en bekende cultuur, dus vol enthousiasme liep ik als eerste naar het museum, met daarachter deze ruïnes. Daar aangekomen viel het wat tegen. Alle stenen uit de gebouwen waren door de Spanjaarden weggenomen, waardoor alleen de basis nog overeind stond. Stomme Spanjaarden ook.

Op de achtergrond zie je de oude Inca-stad, op de voorgrond de irrigatie die ze voor de stad hadden aangelegd.
Op de achtergrond zie je de oude Inca-stad, op de voorgrond de irrigatie die ze voor de stad hadden aangelegd.
Volgens de Inca's zaten hier mummies in de tunnel.
Volgens de Inca’s zaten hier mummies in de tunnel.

Niettemin kon ik met een beetje fantasie wel een voorstelling maken van hoe het er ooit had uitgezien. Dat werd wel wat bemoeilijkt doordat de Ecuadorianen het nodig vonden om een soort muziekschool precies tussen de ruïnes te bouwen. Op zichzelf een mooi industrieel gebouw, met name in hoezeer het in korte tijd vergaan was, maar het viel totaal buiten de sfeer van de omgeving.

Het beste overzicht dat ik van Inca-ruïnes kon maken. Met op de achtergrond het lelijke gebouw.
Het beste overzicht dat ik van Inca-ruïnes kon maken. Met op de achtergrond het lelijke gebouw.

Gelukkig paste de botanische tuinen er beter in. Net toen ik daar naartoe liep brak de zon door en ik heb een uurtje alle speciale bomen gezien die ze daar geplant hadden. Ik sloot af bij de volière, waar prachtige roofvogels en kleurrijke toekans te zien waren. Omdat ik daar toch uren had gewandeld, sloeg ik het museum over en liep ik verder door de stad. Op elke hoek in Cuenca is een kerk te zien en toen het toch begon te regenen, vond ik een mooi kerkje om te schuilen. Er was een mis bezig, maar in zo’n onbegrijpelijk Spaans dat ik er niets van kon volgen. Toen ik hoorde dat de regen minder was geworden liep ik rustig weer naar buiten. Ik was niet de enige, minstens vijf Ecuadorianen hadden hetzelfde gedaan als ik!

De botanische tuin met uitzicht over de stad.
De botanische tuin met uitzicht over de stad.
Het vogelpark had een paar mooie roofvogels opgesloten.
Het vogelpark had een paar mooie roofvogels opgesloten.
Af en toe, midden tijdens je wandeling door de stad, staart een nieuwsgierige lama je aan.
Af en toe, midden tijdens je wandeling door de stad, staart een nieuwsgierige lama je aan.
Gewoon een mooie foto.
Gewoon een mooie foto.

De rest van de tijd wisselde ik af tussen hotelkamer en rondlopen. Er waren geen andere toeristen, dus ik had na een tijd van met vrienden en groepjes reizen, eindelijk wat tijd voor mezelf. Uiteindelijk stapte ik na twee nachten weer in de bus en ging naar het dorpje Vilcabamba in het zuiden van Ecuador.

Vilcabamba was vol toeristen, maar meer de toeristen die er lange termijn verblijven. Of het er mee te maken heeft dat de mensen daar zijn uitgeroepen tot de langstlevende, dat weet ik niet. Ook zag ik nauwelijks oude mensen, dus misschien is het allemaal wel verzonnen. Wat ik wel zag was de hippie-beweging. Allemaal in vieze kleren, met muziekinstrumenten en lang haar, vaak rijdend in een eend, kever of volkswagenbusje. Velen waren daar voor meditatie en yoga, anderen voor de natuur.

Ik ontmoette Marie, een Franse meid van mijn leeftijd, die net als ik lekker alleen reisde. We konden het wel vinden en dus maakte we meteen plannen om samen een hike te gaan doen in de buurt van Vilcabamba. We sliepen uit, genoten van het bij de kamer behorende ontbijt en stippelden een route uit. Omdat ze niet zo’n hiker was, en omdat we niet heel veel daglicht meer zouden hebben, kozen we ervoor om een twee uur durende hike te doen in een privéreservaat. Dat was een goede keuze. In het kleine reservaat was van alles te zien. Mooie bomen, aparte planten en allerlei verschillende soorten vegetatie. Op een flinke heuvel kwamen we langs oude rotsformaties, die de Inca’s hadden gebruikt voor de plaatsing van het dorp ten opzichte van het zonlicht dat daar doorheen kwam. Op de top zaten we in een droge vegetatie, die enigszins woestijn vertegenwoordigde. Na een afdaling over oude rivierbedden kwamen we aan bij de rivier, waar de vegetatie weer geheel anders was. Mooi riet, allerlei soorten varens en verschillende groottes bamboe. We liepen langs de rivier weer terug en voldaan kwamen we terug bij het hostel.

Het alleraardigste kerkje van Vilcabamba.
Het alleraardigste kerkje van Vilcabamba.
Marie die een foto maakt van de 'canyon'.
Marie die een foto maakt van de ‘canyon’.
Af en toe moet je gewoon even stilstaan en van het uitzicht genieten.
Af en toe moet je gewoon even stilstaan en van het uitzicht genieten.
Grote spinnen hier.
Grote spinnen hier.
Vlinders die paren of parende vilders.
Vlinders die paren of parende vilders.
Deze vlinder wou met mij paren.
Deze vlinder wou met mij paren.
Gekke bloemhouders.
Gekke bloemhouders.

Ik had gehoord dat er de volgende dag een Sweat Lodge ceremonie zou zijn. Ik had zoiets nog nooit gedaan, dus het leek me wel spannend om te proberen. Het leek me net zoiets als een sauna, alleen dan met een toneelstukje erbij. Ik haalde Marie over om het ook te proberen en op een zaterdagmiddag togen we gezamenlijk naar een meditatiecentrum waar de ceremonie zou plaatsvinden.

We kwamen net voor het donker aan en werden welkom geheten door een hartelijke Gringo die ons vertelde wat er ging gebeuren. De Sweat Lodge is een soort iglo gemaakt van een houten frame met daarover een heel stel dikke dekens. Na ons ‘gewassen’ te hebben in de rook togen we naar binnen. De vrouwen eerst en ze kropen de tent door met de klok mee. Ik eindigde als laatste in de rij en dus zat ik vlak bij de ingang van de tent. Eén van de Ecuadoriaanse medewerkers kwam met een grote hete vulkanische steen en legde die in het midden van de tent. Uiteindelijk lagen er zeven stenen en konden we beginnen.

Marie voor de sweat lodge.
Marie voor de sweat lodge.
De cactussen die gekweekt werden in het meditatiecentrum. Waarschijnlijk voor oraal gebruik.
De cactussen die gekweekt werden in het meditatiecentrum. Waarschijnlijk voor oraal gebruik.

Er zouden vier rondes gaan plaatsvinden. De eerste ronde was een opwarmertje en ondanks dat het flink zweten was, was het niet heel anders dan een Turks stoombad. In dit geval kwam de stoom van het water dat de ‘Sweat Lodge Master’ over de stenen drapeerde. Na een tien minuten zo gezeten te hebben, luisterend naar liederen in de oude indianentaal, ging de tent weer open en kwam er een flinke vlaag frisse wind binnen. Tien minuten lang kwamen we bij en toen begon met nog eens zeven nieuwe stenen de volgende ronde. Deze was veel intenser. De hitte was drukkend en vochtig, maar de ronde duurde ook heel lang. Iedereen moest namelijk hardop een gebed opzeggen. Ik deed iets heel algemeens: “Mogen mijn vrienden en familie hun passie vinden, etc.”, maar alle anderen kwamen na mij en zij werden opeens heel persoonlijk. Familieleden die ziek waren, angsten, noem maar op. Het verbaasde mij dat ze dit deelden met mensen die ze net een half uur daarvoor ontmoet hadden. Het bracht tranen in mijn ogen.

Ronde drie was een hele snelle en hele hete ronde. Ik had het idee dat ik lek was zoveel water druppelde er uit mijn poriën. Maar het was heerlijk! Ik kreeg in de hitte zelfs koude rillingen over mijn rug en toen de vierde ronde er was, had ik zoiets van ‘kom maar op!’. Wederom erg heet en deze keer kon iedereen bidden, maar om de beurt. Een andere Nederlander was echter zolang aan het danken en bidden, dat veel van de anderen er niet meer aan toe kwamen. Ik vond het niet erg. Helemaal relaxed en met een raar aanvoelende huid wankelden we weer uit de iglo van dekens. We dronken flink wat water en kwamen langzaam bij. Zo snel als het begonnen was, zo snel was het weer voorbij en iedereen liep na snel afscheid genomen te hebben met een glimlach op hun gezicht naar hun respectievelijke kamers.

Maria en ik liepen terug naar ons hotel en ze was lyrisch over haar ervaring. Ze bedankte me enorm dat ik haar had overgehaald en net als ik had zij: Als ik ooit nog eens de kans krijg om dit te doen, doe ik het meteen.

Maria haalde mij op haar beurt over om mijn laatste dagen in Ecuador door te brengen in Zaruma. Ik had nog nooit van het dorpje gehoord, maar het scheen mooi te zijn. We kwamen er na een lange busreis door de bergen aan en ik had het gevoel dat ik een western binnenstapte. De huizen waren allemaal van hout en hadden allerlei bewerkingen in de muren, pilaren en balkonnetjes. Sommige winkels hadden zelfs saloondeuren. Op elk moment verwachtte ik dat de Daltons, gevolgd door Lucky Luke de hoek om zouden kunnen komen.

Het enige dat we die dag nog konden doen was een bezoekje brengen aan de VVV. Daar werden we groots onthaald. Kennelijk was het hele dorp ingericht op groots toerisme, maar de toeristen bleven uit. We kregen allerlei armbandjes, tasjes en andere prullaria met Zaruma er op. Het kostte ons bijna een uur om de deur uit te komen.

De dag erna, de enige dag die we in het dorpje zouden zijn hadden we dan ook een mooie route uitgestippeld. Allereerst liepen we naar een goudmijn. Er werd slechts enkele jaren geleden nog goud gedolven, maar toen het goud niet meer te vinden was, werd het geopend voor toeristen. De goudmijn was eigenlijk niet meer dan een lange donkere tunnel, met een spoorrails erin. We kregen laarzen om door de plasjes te ploeteren en het hele bezoek duurde slechts een half uur. De poppen die men had neergezet maakte het geheel een beetje nep. Maar niettemin was het best spannend om met zijn tweeën zonder gids door de lange tunnel te lopen.

We hadden de laarzen weer ingeleverd en zetten verder op ons pad, een flinke hike naar een kruis op de berg, dat een mooi uitzicht over het dorp bood. We bleven er even hangen en spraken met twee oude mensen, die de klim ook hadden gemaakt (knap!). De laatste stop was bij ons hotel in de buurt, daar liepen we door een oude voornamelijk houten kathedraal en gingen we een museum binnen. Ik kreeg niet helemaal mee waar het museum over ging, want de stukken liepen uiteen tussen oude telefoontoestellen, gasmaskers en aardewerk. Niettemin waren sommige objecten wel uniek om eens te zien en was het een mooie afsluiting van de dag.

De westernstraten van Zaruma.
De westernstraten van Zaruma.
Mooie oude houten gebouwen in Zaruma.
Mooie oude houten gebouwen in Zaruma.
Een ijsje eten in het park, alsof ik vakantie heb...
Een ijsje eten in het park, alsof ik vakantie heb…
De goudmijn.
De goudmijn.
Michiel hard aan het werk!
Michiel hard aan het werk!
Het kruis, met zittend het oude stelletje, een uitzicht over Zaruma en omgeving en een zwarte raaf om het af te maken.
Het kruis, met zittend het oude stelletje, een uitzicht over Zaruma en omgeving en een zwarte raaf om het af te maken.
Oude gasmaskers voor de mijnwerkers.
Oude gasmaskers voor de mijnwerkers.
Zo'n oude telefoon is geen gezicht!
Zo’n oude telefoon is geen gezicht!

De volgende dag zei ik na anderhalve maand dan toch gedag tegen Ecuador en ging ik de grens met Peru over. Op weg naar wat ik hoorde dat een partystad was, maar wel met een mooi strand: Mancora.

3 comments Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *