Zoevend door de bergen van Ecuador

Dag één.

Om 6 uur ’s ochtends stond ik naast mijn bed in mijn hotelkamer in Quito. Na de hele week ziek geweest te zijn, was ik blij dat de hoge koorts gezakt was en mijn maag zich ook weer naar behoren gedroeg. Toch had ik geen zin in de activiteit waar ik me nu voor klaar maakte. Snel pakte ik mijn spullen, bracht mijn grote backpack onder in de kluis van het hotel en ging op weg naar het café waar ik mijn groep zou ontmoeten. Ik was vijf minuten te laat, maar zoals overal in Zuid Amerika, maakt dat lang niet zoveel uit als je van te voren denkt. Ik was de eerste die was aangekomen en het half uur erna druppelde de andere mensen binnen. In het café rekende ik de $360 af die ik de organisatie schuldig was en we stapten in twee jeeps die ons naar Cotopaxi zouden brengen.

In de jeep leerde ik de andere van mijn groep kennen, de 4-dagen groep. Wij gingen vier dagen en de mensen in de andere jeep, maar één dag. Wij waren cool en andere waren maar losers!

Na een goede twee uur rijden kwamen we aan bij het National Park Cotopaxi en konden we snel naar de WC en warme kleding kopen. Ik kocht handschoenen en een bivakmuts. De beste zes dollar die ik ooit heb uitgegeven. Bovenaan de berg was het namelijk ijzig koud en onze tourgids gaf een snelle uitleg over wat we gingen doen en hoe alles werkte. Tien minuten later zat ik op mijn mountainbike en racete ik 4.300 meter hoge berg af over een gravelpad. IJs, regen en wind sloegen tegen me aan terwijl ik er probeerde aan te wennen om weer op een fiets te zitten.

Mountainbikes onderweg naar de Cotopaxi vulkaan
Mountainbikes onderweg naar de Cotopaxi vulkaan
Ik ben er helemaal klaar voor... Brrr wat is het koud
Ik ben er helemaal klaar voor… Brrr wat is het koud

Met mijn GoPro camera stevig verankert op mijn stuur kwam ik na een minuut of tien, rijdend over de bergrand, aan bij een stuk waar de temperatuur opeens steeg en er geen regen en wind meer was. Stukken beter. Eindelijk kon ik genieten van het prachtige uitzicht van deze berg, terwijl de stenen onder mijn banden knarsten. Dikke witte wolken hingen over krachtige bergtoppen. Woestijnstenen en cactussen zover het oog kon zien.

Na nog eens tien minuten kwam ik aan de voet van de berg aan bij de rode steen waar de groep had afgesproken. We kregen meer instructies en nu gingen we verder op een weggetje waar auto’s niet konden komen. Door kreekjes met smeltwater, door zanderige paadjes en over scherpe stenen. Het tempo werd hoog gehouden, wat er voor zorgde dat de adrenaline ook niet omlaag ging.

Dit is al beter zo, in het hobbitlandschap.
Dit is al beter zo, in het hobbitlandschap.

Een klein uur gingen we zo verder tot we de noord-ingang van het park bereikte. Daar had men een geweldige lunch voor ons klaar: pastasalade gemaakt door de vrouw van de eigenaar van de Biking Dutchman. Gevolg door vers brood en een zelfgemaakte brownie. Nadat men mij voor de vierde keer had opgeschept en ik mijn bord leeg had, werd alles snel weer ingepakt, op de jeep geladen die ons overal volgde en mochten we op eigen houtje door het The Shire-achtige landschap naar de zuidingang fietsen. Al springende over de beekjes en zoemende over de plekken waar er ooit een lavarivier was geweest kwamen we aan bij de geasfalteerde weg. Erg nieuw, en omdat het park bijna ging sluiten, zo goed als verlaten. Inmiddels had ik de rest van de groep afgeschud en racete ik het pad dat bij alleen maar omlaag ging af.

Zo rond drie uur kwamen we allemaal aan bij de zuidingang, waar we onze fietsen op de jeep tilden en afscheid namen van de dagjesmensen. Hierop maakte we ons klaar voor een twee uur durende  en ongemakkelijk zittende reis naar ons hotel in Quilotoa. Dit plaatsje bleek voor de helft uit hostels te bestaan, maar er waren nergens toeristen te bespeuren. De trekpleister was een mooi vulkanisch meer en tegen zonsondergang ging de groep van zeven nog snel even kijken. Dat zorgde voor een aantal prachtige foto’s en zelfs een filmpje waarin ik volgens mij erg slecht verstaanbaar ben.

Het Quilotoa meer.
Het Quilotoa meer.

Het vulkanische meer met zonsondergang.
Het vulkanische meer met zonsondergang.

Het hotel was vrij aardig, ik deelde een kamer met de mannen. De twee stelletjes kregen ieder een eigen kamer. Voor het eerst in bijna zeven maanden reizen moest ik na gaan denken over hoe het warm te krijgen en over verwarming in de kamer. We waren nog op 3.800 meter hoogte en het was stervenskoud. Gelukkig voorzag het hotel ons van warme dekens en had iedere kamer een echte houtkachel, die een paar uurtjes van te voren werd aangestoken en de kou enigszins verjoeg. Iedereen dook er na het eten vroeg in en om half tien was het hotel uitgestorven.

Dag twee.

Ik werd heerlijk uitgerust wakker en zelfs de spierpijn viel mee. Er stond een heerlijk ontbijt voor ons klaar met vers fruit, eieren, yoghurt en muesli. Precies wat je nodig hebt als je aan een tweede actieve dag begint. Deze dag begon met een hike naar het meer. Terwijl ik stond te wachten op de rest van mijn groep, speelde ik wat met de hond van het hotel. Een mooi beest, dat kennelijk de aandacht waardeerde, want hij liep met me mee naar het meer, een uur lang volgde hij mij de steile paden af, tot we bij het meer waren. Het dappere Nederlands-Engelse koppel: Nienke en James durfde zelfs een duik te nemen in het met algen gevulde water dat absoluut niet warm was.

James en Nienke nemen een duik in het meer, ik gaf ze maar wat privacy.
James en Nienke nemen een duik in het meer, ik gaf ze maar wat privacy.
Mijn tijdelijke hond en gids.
Mijn tijdelijke hond en gids.
Het Quilotoa meer van dichtbij.
Het Quilotoa meer van dichtbij.

Na wat te hebben rondgehangen aan de oever begon de tocht omhoog weer. Voor mij was het enorm enorm enorm zwaar! Ik was een week ervoor gestopt met roken en mijn longen konden het nog niet aan om met zo’n ijle lucht te klimmen. Elke 30 stappen moest ik stil blijven staan om naar lucht te happen, mijn hart langzamer te laten kloppen en het vieze rokersslijm uit te spugen. De hond en de andere van mijn groep waren al snel uit het zicht en hen vervloekend om hun goede condities zwoegde ik langzaam naar boven. Licht duizelig en compleet nat van het zweet kwam ik een kwartier later dan de rest weer aan bij het hotel. Ik heb heel veel gehiked en veel langer dan deze in totaal anderhalf uur, maar zo zwaar heb ik het nog nooit gehad.

Ik had denk ik vijf minuten om op adem te komen, voordat we op de fiets stapte en ik de zadelpijn van de dag ervoor toch ervaarde. Maar omdat we het eerste stuk toch alleen maar afdaalde kon ik een beetje uitrusten en zo kon ik toch nog genieten van de tweede dag mountainbiken. Over een verharde weg daalde we af tussen de dorpjes en de hooggebergtes. Ooit heeft een aardbeving het gebied beschadigd en dat konden we onderweg ook goed zien, hele stukken land met diepe gleuven er in. In het dorp Zumbahua stopte we op een pleintje, waar de kinderen in ijzeren skelters om ons heen crosten, terwijl wij genoten van weer een lunch van formaat.

Hier scheurde de aarde open.
Hier scheurde de aarde open.
Eén van de uitzichten van de tweede dag mountainbiken.
Eén van de uitzichten van de tweede dag mountainbiken.

Het tweede deel van de dag gingen we door mooie heuvel formaties en langs boerderijen. Honden langs de weg bekeken ons en soms vonden ze het leuk om al blaffend achter je aan te rennen. Nu dacht ik altijd dat ik snel genoeg kon fietsen om een hond af te schudden, maar dat is toch niet het geval. Toen er eentje naar mijn banden begon te happen remde ik, sprong ik van mijn fiets en raakte de hond bijna met mijn voet. Die dacht dat hij werd aangevallen, dus begonnen nu te grommen. Snel ‘stepte’ ik bij hem weg en met een snel kloppend hart fietste ik weer verder.

We zouden de dag eindigen in een hotel in een klein dorpje en de gids Fernando vertelde tijdens de zoveelste ongemakkelijke jeep-rit constant over hoe een mooie plek dat was. Toen hij echter belde om de reservering te bevestigen, bleek dat er iets mis was gegaan en ze geen kamers hadden. We moesten dus naar een ander hotel in Rio Bamba. Op zich niets mis met het hotel of de stad, maar wel jammer dat we die mooie plek moesten missen. Niettemin aten we snel een pizza. Een enorm ding dat ik samen met het Amerikaanse koppel Chelsea en Ian deelde en ik maakte me snel klaar voor weer een lange nacht slaap om de accu op te laden.

Dag drie.

Na wederom een schitterend ontbijt togen we met jeep en al naar Chimborazo mountain. We parkeerde de jeep op 4.800m hoogte en we waren daarmee al hoger dan de Mont Blanc in Italië. Alsof dat nog niet genoeg was, lokte het uitzicht vol ijs dat van de top afliep ons verder omhoog. Wederom ging ik op enorme hoogte hiken, maar deze keer ging het al een stuk beter. De wind sloeg me om de oren en het waaide zo hard dat ik af en toe het gevoel had dat ik even de lucht in werd getild. Bovenaan gekomen heb ik geprobeerd een filmpje te maken om te laten horen hoe hard het waait.

Het hoogste punt waar ik ooit geweest ben: Chimborazo.
Het hoogste punt waar ik ooit geweest ben: Chimborazo.

Toen gingen we omlaag, snel en secuur en door het mooiste landschap dat ik tot nu toe had gezien.. De veelal verharde weg was grotendeels verlaten. We reden eigenlijk tussen de bergen door en overal waar je keek waren er beekjes, meren en ander water. Waar we vertrokken zagen we vooral vicuñas (een soort lama) en hoe verder we naar beneden gingen, hoe vaker we tussen de koeien, ezels of de schapen moest slalommen.

Twee Vicuñas steken voor mijn fiets de straat over.
Twee Vicuñas steken voor mijn fiets de straat over.
Een schattig jong ezeltje langs de weg.
Een schattig jong ezeltje langs de weg.

Moe en hongerig kwam we 2.000 meter lager aan in het dorpje San Juan. We zwaaiden onze fietsen weer op het dak van de jeep en klommen er in. Voor de derde dag op rij zaten we ongemakkelijk in de jeep. Je hebt er niet echt de ruimte om te benen te strekken, en elke keer dat je beweegt val je de personen naast en tegenover je lastig. Nu hadden wij zelfs nog geluk, omdat we er met maar zeven man in zaten, soms gingen er ook wel eens groepen van 10 of 12 mensen werd ons gezegd. Hoe pijn het dan ook deed aan mijn kont en mijn benen, het kon niet anders en het blijft toch erg fijn dat we constant die jeep hadden om op terug te vallen.

Na twee uur rijden kwamen we aan in het dorpje Baños. Ik kende het al, in die zin dat iedereen die ik op mijn reis ben tegengekomen, zei: “Als je in Ecuador bent, moet je naar Baños!”. We reden een vrij groot dorp binnen, dat ligt op de grens van het (hoog)gebergte en de amazone jungle. Wederom was er iets mis gegaan met de reservering in het hotel, maar deze keer viel het dankzij onze gids in mijn voordeel uit. Er was geen (goede) driepersoonskamer en dus kreeg ik een privé, terwijl mijn bunkbuddies Matt en Ali een kamer mochten delen. Matt was niet lekker, maar wou toch niet alleen op een kamer, dus ik had geluk.

Om je even een beeld te geven van die jeep waar ik het steeds over heb.
Om je even een beeld te geven van die jeep waar ik het steeds over heb.
Mijn uberdeluxe persoonlijke hotelkamer.
Mijn uberdeluxe persoonlijke hotelkamer.

Na een fijn diner dook ik al snel mijn bed in, om genoeg te slapen voor de laatste dag van de mountainbike tour.

Dag vier.

Dag vier is een stuk duurder. Boek je een driedaagse tour, dan ben je $230 kwijt, maar met de vierde dag is het opeens $360. Men zegt omdat Baños duurder is, maar ik vind het veel verschil maken. Achteraf ben ik wel blij dat ik een vierde dag kon mountainbiken. Deze dag was namelijk weer heel anders dan alle vorige dagen. We konden gewoon wegrijden bij ons hotel en binnen 5 minuten zaten we op de grote weg.

Deze rit had veel meer verkeer op de weg, maar de auto’s en vrachtwagens schenen goed gewend te zijn aan mountainbikers op hun ‘snelweg’ en gingen met ruime bochten om je heen. Overal waar we fietsten zagen we water. Grote rivieren uit de bergen die de jungle instroomde, helemaal naar de Mississippi toe. Dammen die er voor gebouwd waren en watervallen die zich met donderend geweld in de watermassa stortte.

De grote dam van Baños. Hier wordt het water doorgespoeld (hahahaha).
De grote dam van Baños. Hier wordt het water doorgespoeld (hahahaha).
Het mountainbiken is niet altijd zonder obstakels, soms ligt er een watervalletje op je pad.
Het mountainbiken is niet altijd zonder obstakels, soms ligt er een watervalletje op je pad.

De rit was opgebouwd in tweeën. Eerst 15 kilometer, waarna we stopte bij de grootste waterval die we onderweg tegenkwamen. Met krachtige slagen stortte de waterval zich tussen smalle rotsen, wat er voor zorgde dat al het water door de druk weer omhoog kwam en uiteen spatte. Iedereen was binnen een tel nat tot op zijn onderbroek en men vluchtte snel naar veilige afstanden. Behalve natuurlijk ondergetekende. Ik ontdekte namelijk een kleine grot die naar verschillende niveaus naast de waterval liep. Aangezien ik toch al nat was en bewapend was met mijn waterdichte camera, kroop en klom ik naar boven om mooie uitzichten en actievideo’s vast te leggen.

Hier kom ik net onder de waterval uit die je op de achtergrond ziet.
Hier kom ik net onder de waterval uit die je op de achtergrond ziet.
Creatieve vuilnisemmer, midden in een nationaal park.
Creatieve vuilnisemmer, midden in een nationaal park.

Het laatste stuk van de vierdaagse tocht was nog eens 15 kilometer, berg op, berg af (vooral af). Al die tijd hunkerende ik al naar wat muziek tijdens het fietsen en omdat het meeste geluid toch van het verkeer kwam en niet van de natuur, leende ik oortjes van Ali en ging ik voor de rest uit al lekker naar muziek luisterend, naar de laatste stop. We eindigde bij het dorpje Puyo dat officieel de grens vormt voor de Amazone en daar wachtte ik op een bankje tot de rest kwam. Ik vond het heel jammer dat het was afgelopen en toen onze gids aankwam was mijn eerste vraag dan ook wat een zevendaagse tocht inhield.

Met halfdichte ogen van vermoeidheid, maar volledig voldaan op het bankje na vier dagen mountainbiken.
Met halfdichte ogen van vermoeidheid, maar volledig voldaan op het bankje na vier dagen mountainbiken.
Van links naar rechts: James, Nienke, Fernando, Michiel, Chelsea, Ian en Ali. Helaas zonder Matt, hij was ziek geworden.
Van links naar rechts: James, Nienke, Fernando, Michiel, Chelsea, Ian en Ali. Helaas zonder Matt, hij was ziek geworden.

Na de lunch hadden we nog een rit met de ongemakkelijke jeep van vier uur voor de boeg. Gelukkig hadden zowel een (zieke) Matt als een (beetje zieke) Ali besloten om in Baños te blijven, dus we hadden al wat meer ruimte.

Ik kwam in de vroege avond weer aan in Quito en keek terug op een prachtige vierdaagse mountainbike tocht. Weer één van de mooiste ervaringen van mijn reis en was blij dat ik die eerste dag me toch over de tegenzin had heen gezet en dit spannende natuuravontuur ben aangegaan.

De video die ik heb gemaakt met mijn GoPro:

2 comments Add yours
  1. Sportief hoor! Die video geeft echt een goed beeld van hoe de reis was, super leuk! Vooral die laatste twee dagen lijken me heel cool, met die watervallen en prachtige natuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *