Karma zorgde voor de ommekeer

Weken heb ik getwijfeld of ik een bezoek aan de Galapagos eilanden onderdeel zou maken van mijn reis in Ecuador. De beroemde Darwin eilanden zijn namelijk duur. Bijna 400 euro voor een retourticket (ik vloog voor 200 euro van Brussel naar Mexico). Dan betaal je nog eens 120 euro om überhaupt dit immense nationale park in te gaan. Dus je bent al ruim 500 euro armer om er te komen. Niettemin won mijn nieuwsgierigheid het van mijn gewone gierigheid en besloot ik het avontuur aan te gaan. In het vliegtuig er naartoe begon ik te lezen wat ik allemaal kon doen. Omdat alles zo duur was, vond ik het enorm belangrijk om zoveel mogelijk activiteiten te ondernemen, zodat ik waar kreeg voor mijn geld.

De Galapagos bestaat uit circa 130 eilanden groot en klein. Voor toeristen zoals ik zijn er echter maar 6 eilanden die te bezoeken zijn, sommige zover weg dat het nog eens 2 dagen per boot kost om ze te bereiken. De eilanden zijn niet allemaal even oud, aangezien ze ontstaan zijn uit vulkanen die uitbarsten onder de zeeoppervlakken. Dus zijn de eilanden absoluut niet voor te stellen als een wilde jungle, maar meer als rotsachtige, zwartgeblakerde stukken land, die nog steeds actieve vulkanen huisvesten. Het grootste eiland (Isabela) is ongeveer de grootte van Noord Brabant, maar natuurlijk lang niet zo bevolkt en bebouwd.

Een korte geschiedenisles. De Galapagoseilanden zijn waarschijnlijk ooit bevolkt geweest door mensen die met houten vlotten vanaf Colombia naar de eilanden reisden. Duizenden kilometers uit de kust. Echter begint de geschiedenis van de eilanden met de komst van de Spanjaarden. Zij ontdekken de eilanden en zien de overvloed aan dieren. Met name de grote schildpadden, die ontzettend goed houdbaar zijn en dus fantastisch dienen als eten voor de mannen aan boord van een schip. Meer dan 100.000 van deze dieren worden gemakkelijk gevangen en zodoende sterven ze bijna uit. Ook worden andere dieren geïntroduceerd op de meeste eilanden. Denk aan geiten, ratten, muggen etc. Dit verandert bijna alle eilanden enorm zowel qua soorten dieren als soorten planten. De unieke stijl van de eilanden zoals Darwin ze aantrof, met vele beesten die enkel voorkwamen op de Galapagos, wordt snel beperkt.

Later worden de eilanden vooral gebruikt als uitvalsbasis voor piraten, tot op een bepaald moment Ecuador de eilanden als de hare claimt en er een gouverneur wordt ingeschakeld om de eilanden te besturen. Verschillende gouverneurs beginnen aan projecten als zoutmijnen en schakelen daarvoor gevangenen in om in de mijnen te werken. Dat gaat meerdere keren mis en op een gegeven moment worden de eilanden ‘vervloekt’ bevonden. Dit houdt een stel Duitse emigranten niet tegen en er gaan drie families wonen. Echter twee van de families overlijden op mysterieuze wijze en tot 1960 is het slechts één familie die een eiland uitbaat. Vanaf dat moment begint het toerisme naar het eiland. Er komen ongeveer 1.000 reizigers per jaar en dat aantal begint langzaam te stijgen. Wat ik begreep is dat er nu ongeveer een kwart miljoen bezoekers zijn en dat heeft ook effect gehad op de bebouwing van de eilanden. Zie de foto’s.

De eilanden zijn flink veranderd de afgelopen 30-40 jaar.
De eilanden zijn flink veranderd de afgelopen 30-40 jaar.

Nu dan over mijn ervaringen op de eilanden. Bij aankomst met het vliegtuig kwamen we door een kaal landschap, ooit vrijgemaakt door de Amerikanen met dynamiet om hun bunkers tijdens de Tweede Wereldoorlog veilig te stellen. Na een flinke bus-boot-bus rit kwamen we aan in Puerto Ayora, een druk stadje aan de zuidkust. Het was laat in de avond, dus het enige dat we nog konden doen was een duiktocht boeken voor de volgende dag. We boekten een tocht naar Gordons Rock en bereidden ons voor om te duiken met de hamerhaaien.

Maandag

Om 6 uur ging de wekker. Derek en ik stonden met moeite op, maar waren netjes op tijd bij de duikschool. “Zeven uur en niet later”, had de eigenaar gezegd. We vertrokken pas om half 8, want zo konden we eerst nog even ontbijten in zijn restaurant.

We werden naar de noordkant gereden met een taxi, ik in het midden op de achterbank, terwijl twee Argentijnse reizigers zowel links als rechts in mijn oor tetterden in het Spaans. Na een klein uur kwamen we aan in de haven, alwaar de boot werd volgeladen met duikspullen en daarna met duikers.

Het was een half uur varen naar onze bestemming en tegen de tijd dat we er aankwamen had ik het idee dat iedereen zo wit was weggetrokken als ik. Zeeziekte op de Pacifische Oceaan is niet om grappen over te maken. Natuurlijk maakten we er allen ten volle grappen over, vooral toen de eerste mensen hun hoofd even buiten boord moesten hangen. Zo ook ik. Dat hielp tien minuten en toen waren we weer misselijk. Toen we ons echter in onze dikke wetsuits hadden gehesen en in de volle zon zaten, wilden we helemaal niets liever dan snel overboord. Aan die wens werd dan ook snel voldaan, doordat we zij aan zij moesten zitten en ons allemaal tegelijk achterwaarts over boord moesten laten vallen. Volgens mij schopte ik de dame naast me in het gezicht, maar ik heb er niets over gehoord. Iedereen was blij die boot af te zijn.

"Klaar om het water in te gaan?", vraagt de duikleider
“Klaar om het water in te gaan?”, vraagt de duikleider

We doken onder en gingen de wonderlijke onderwaterwereld van de Galapagos binnen. Wat maakte dat speciaal? In dit geval niet het gebruikelijke koraal en de kleurrijke vissen, maar de grote dieren en haaien. We zagen zoals verwacht hamerhaaien, maar ook zeehonden, zeeleeuwen, roggen en scholen vol andere haaien. Natuurlijk was ik wederom gewapend met mijn GoPro en ik was voor de verandering niet de enige. Iedereen had tenminste één onderwatercamera bij zich. Dat zorgde ervoor dat toen ik aan het einde van de dag wat uitwisselingen deed met beelden, ik een mooie verzameling kreeg van wat we hadden gezien.

We deden die dag twee duiken. We zagen ontzettend veel en het duiken was zeker een succes (voor 150 dollar mag dat ook wel). De duiken waren echter immens chaotisch. De duikgids had geen plan gedeeld, maar uiteindelijk bleek het idee om gewoon naar beneden te gaan en ondanks de enorme stromingen op één plaats te blijven, terwijl de vissen wel om ons heen zouden zwemmen. Allemaal leuk en aardig, maar als je dat niet weet treedt er verwarring op, je beweegt niet, dus krijg je het koud en dat zorgt er allemaal weer voor dat je sneller gaat ademen. Binnen een klein half uur was mijn tank leeg, terwijl ik normaal toch makkelijk een uur ermee kan doen. Bij de eerste duik kon ik dus gaan mee-ademen met de tank van de duikgids en aangezien hij de tweede duik bezet was claimde ik de reservelucht van mijn duikbuddy Derek.

Ik had geen lucht meer, gelukkig was mijn buddy Derek er om me te redden.
Ik had geen lucht meer, gelukkig was mijn buddy Derek er om me te redden.

Net voordat het donker werd, dat is hier al om zes uur, kwamen we aan. Ondanks dat we geen pap meer konden zeggen van de vermoeidheid, maar ook de misselijkheid van de boottocht terug, zochten we ons een plek aan een tafel in wat ze hier noemden de Hongerstraat. Een straat gevuld met tafels en restaurants die de verse visvangst van de dag aanboden. Voor vijf tot tien dollar kreeg je een uitgebreide vismaaltijd met rijst en een slaatje.

Dinsdag

Weer stonden we om zes uur naast ons bed, deze keer omdat we naar een ander eiland wilden. We waren geland op Isla Santa Cruz en gezien de tijd die we hadden, moesten we één ander eiland kiezen om (langer) te bezoeken. Na een hoop afwegen, werd dat Isla San Cristobal en daarom zaten we al om zeven uur in de speedboot. De twee uur durende boottocht werd weer gedomineerd door zeeziek zijn. Ik had de keuze om comfortabel op de kussens binnen te zitten dat wel meters op en neer ging, of op het minst bewegende stuk maar dan kletsnat te worden van het zoute water dat om me heen spatte. Ik koos voor het laatste en dat zorgde er de eerste anderhalf uur voor dat ik me kon beheersen. Helaas kon ik vlak voor aankomst toch nog even mijn hoofd buiten boord houden om wederom slechts tien minuten opgelucht te zijn.

Toen we eenmaal aan land waren op Isla San Cristobal voelde ik me gelukkig al stukken beter en omdat we zo vroeg vertrokken waren hadden we nog de hele dag voor ons. We vonden een plek om droge kip voor ontbijt te nuttigen en keken naar onze hostelopties. Afwezig krabde ik aan iets jeukends in mijn nek en werd beloond met een ferme steek door iets wat op een kruising tussen een slanke wesp en een dikke horzel leek. Ook ‘geïmporteerd’ in de Galapagos door zeelieden. Drie dagen lang liep ik met een kloppende middelvinger rond.

Maar al die misselijkheid en andere pijntjes sloegen me niet uit het veld. Ik, als geldbewuste Nederlander, ging tenslotte een avontuur maken van deze pirateneilanden. Zodoende liepen Derek en ik een uur later naar een strand. Taxi? Dat is voor mietjes… of in elk geval pas voor de terugweg. We liepen de route zoals aangegeven op mijn GPS en in de gids en na een half uur in de verzengende hitte kwamen we bij een hek aan en waren we eigenlijk midden op een vliegveld. Er kwam een boos kijkende beveiligingsman aan die vroeg: “Donde vas?”. Wij wezen achter het hek naar de openbare weg en ik vertelde hem de naam van het strand. Nee, dat hek mocht niet open en de 100 meter die ons scheidde van die openbare weg, konden we niet oversteken. We konden teruglopen en zo kwamen we aan de andere kant van dat hek na drie kwartier omlopen.

Het strand, genaamd La Loberia, was de moeite van de hete wandeling zeker waard. Grote vulkanische rotsen bakenden de weg af tussen zand, duintjes en de kolkende zee. Overal waar we keken lagen grote en kleine zeeleeuwen te rusten in de zon. De zwarte rotsen boden ook een geweldige zonneplek voor de zee-iguanas die echter dezelfde kleur als de grote stenen hadden. Derek was in zijn element terwijl hij foto’s nam en ik genoot van de warmte en de mooie uitzichten. Het strand was bijna verlaten en dat maakte de ervaring nog mooier. Toen we twee uur later terugkeerden naar het dorp was de zon op zijn heetst en we voelden dat we aan het verbranden waren. Omdat we een zonnesteek konden missen als kiespijn waren we zeer verheugd om aan de start van onze wandeling een taxi te zien die ons voor twee dollar terugbracht naar het dorp.

Het lange pad dat we in de volle zon moesten aflopen om bij het strand Loberia te komen.
Het lange pad dat we in de volle zon moesten aflopen om bij het strand Loberia te komen.
Alweer een mooi strand, dat is Galapagos. Wit strand, groene achtergrond en donker vulkanisch gesteente.
Alweer een mooi strand, dat is Galapagos. Wit strand, groene achtergrond en donker vulkanisch gesteente.
Deze reiger soort was een stuk minder bang dan de Nederlandse reigers. Ik kon hem van heel dichtbij fotograferen.
Deze reiger soort was een stuk minder bang dan de Nederlandse reigers. Ik kon hem van heel dichtbij fotograferen.
Toch even kijken wat die zeeleeuwen hier nou aan vinden. Ik vond het niet bepaald comfortabel.
Toch even kijken wat die zeeleeuwen hier nou aan vinden. Ik vond het niet bepaald comfortabel.
Deze reiger soort was een stuk minder bang dan de Nederlandse reigers. Ik kon hem van heel dichtbij fotograferen.
Deze reiger soort was een stuk minder bang dan de Nederlandse reigers. Ik kon hem van heel dichtbij fotograferen.
Is dit niet de schattigste foto ooit?
Is dit niet de schattigste foto ooit?
De iguana komt even om de hoek kijken wat die man met die camera daar doet.
De iguana komt even om de hoek kijken wat die man met die camera daar doet.
De eenzame reiziger loopt het woestijnpad af in hoop op verfrissing.
De eenzame reiziger loopt het woestijnpad af in hoop op verfrissing.

Derek was inmiddels uitgeput en voelde zich niet lekker, dus hij besloot bij het hotel te blijven. Mijn gevoel van ‘Ik moet zoveel mogelijk doen en zien’ kwam weer naar boven, dus ondanks de vele afgelegde kilometers toog ik al snel lopend naar het museum net buiten het dorp. Hier werd alles uit de doeken gedaan over de Galapagos eilanden. Daar leerde ik ook de geschiedenis zoals ik die eerder voor jullie heb beschreven. Er waren twee toergroepen, met gidsen die duidelijk voor de zesduizendste keer hun verhaal vertelden en dat zo luid deden als ze maar konden, zodat de bejaarde Amerikanen ze goed konden horen. Ik negeerde ze zo goed als ik kon en elke keer als ze me inhaalden, omdat ik wel alles las, bleef ik stijfkoppig staan, terwijl zij mijn rug konden bewonderen.

Gelukkig waren ze al snel weg en toen ik eenmaal alles rustig had gelezen en op me in had laten werken toog ik weer naar buiten. Ik ontdekte dat er nog een heel natuurgebied bij het museum hoorde en ondanks dat het binnen een dik half uur zou gaan sluiten was ik wel nieuwsgierig naar de uitzichtpunten die op een bord stonden aangegeven. Ik liep over een verhard pad tussen de struiken en cactussen door en beklom zo een kleine heuvel die een fantastisch uitzicht bood over een baai en de Pacifische oceaan. De baai werd gebruikt door snorkelaars en kajakkers. Ergens vond ik het wel jammer dat ik mijn zwembroek en snorkel niet bij me had, maar wetende dat ik nog genoeg kansen daarvoor had genoot ik van het uitzicht.

Achter het museum had men een uitzichtpunt, vanaf waar ik deze prachtige foto kon maken.
Achter het museum had men een uitzichtpunt, vanaf waar ik deze prachtige foto kon maken.
Veel van het eilandse landschap zag er zo uit. Droog met cactussen en veel vulkanische stenen.
Veel van het eilandse landschap zag er zo uit. Droog met cactussen en veel vulkanische stenen.
Vogelliefhebbers kijken hier ook hun ogen uit. Superveel grote en kleine vogels, allemaal andere kleuren.
Vogelliefhebbers kijken hier ook hun ogen uit. Superveel grote en kleine vogels, allemaal andere kleuren.

Toen ik tien minuten na sluitingstijd het museum uitliep kwam er nog een hele bus rijke Amerikanen aan en dus had ik me helemaal niet hoeven haasten. De tocht terug was slopend, want mijn voeten deden pijn van de hele dag lopen, maar ik was net op tijd terug om Derek van zijn kamer te halen, zodat hij met zijn dikke camera mooie foto’s van de zonsondergang en de luierende zeeleeuwen kon maken.

Zonsondergang vanuit de haven.
Zonsondergang vanuit de haven.
De pelikanen poseren ook soms gewoon even. Deze vloog precies weg toen ik klaar was met fotograferen.
De pelikanen poseren ook soms gewoon even. Deze vloog precies weg toen ik klaar was met fotograferen.

In het kader van ‘zoveel mogelijk zien’ begonnen we na het avondeten met het boeken van nog een duik. We zijn denk ik wel tien duikcentra binnengelopen alvorens we een keuze maakten voor de beste: Wreck Divers. Mannen die duidelijk ervaring hadden en toen nog niet verveeld waren van de vele toeristen die bij hen aanklopten. Ze waren in voor een geintje en ik kon zelfs een deal met ze maken. Ik sleepte al maanden het roze(!) duikmasker van Latona met me mee, omdat het haar slecht paste en ik het dus wou verkopen. In ruil voor $40 korting liet ik het masker bij de duikschool achter en kon ik voor een, nog steeds dure, 120 dollar op donderdag weer twee duiken gaan maken.

Woensdag

We hadden overal geïnformeerd naar toers om de grote landschildpadden te zien die zich helemaal ten noorden van het eiland bevonden. Omdat er echter geen wegen naartoe liepen en de boottocht een hele dag duurde was het veel te duur en niet populair genoeg om de toer te ondernemen. In plaats daarvan werd me geadviseerd om naar een reservaat te gaan waar deze schildpadden werden beschermd en zorgde voor een voortplanting die bedoeld was om de originele aantallen weer terug te brengen. Er waren twee opties. Een taxi voor 50 dollar, of een mountainbike voor 20 dollar. Gezien mijn goede ervaringen met het mountainbiken, durfde ik het wel aan. Derek twijfelde omdat hij nog steeds niet lekker was, maar koos er uiteindelijk voor om het ook te proberen.

Op twee best aardige fietsen togen we vol enthousiasme het dorp uit. Het was maar 25 kilometer, maar het was ontzettend klimmen. We stegen meer dan 800 meter en dat was de zwakke en beetje zieke Derek toch te veel. Na een dappere poging draaide hij na een uur om en was binnen tien minuten weer terug in het dorp. Alleen toog ik verder en pauzeerde ik alleen nog toen ik een dorpje tegenkwam. Bezweet ontdekte ik een restaurant met de oudste La Ceiba boom van het eiland, waar ook hier weer een betaalde toeristenattractie van was gemaakt. Je kon via een brug, een touw of inkepingen in de boom klimmen en dan in een mooie boomhut aankomen. Omdat ik het allemaal maar erg nep vond paste ik, dronk ik wat en stapte ik weer op de fiets.

De oudste boom van het eiland en men heeft er een speeltoestel van gemaakt.
De oudste boom van het eiland en men heeft er een speeltoestel van gemaakt.
Je moet wel $1,50 betalen om het huis binnen te mogen. Alles op Galapagos kost geld.
Je moet wel $1,50 betalen om het huis binnen te mogen. Alles op Galapagos kost geld.

Eenmaal op de top aangekomen was ik ruim drie uur aan het klimmen geweest over een geasfalteerde, maar toch verlaten weg. Toen ik op mijn GPS zag dat er een onverhard pad parallel zou gaan lopen met de verharde weg, dook ik dat pad op. Nu was het pas echt mountainbiken. Het ging allemaal bergafwaarts, ik sprong door stroompjes en zag geen mens op dit bijna onbegaanbare pad. Hier en daar stopte ik om een foto te maken, maar voor de rest was ik een lekkere twintig minuten aan het afdalen tot ik weer op de grote weg terug kwam. Een paar honderd meter verder kwam ik aan bij mijn eerste doel: het schildpaddenreservaat.

Ik parkeerde mijn fiets in de fietsenrekken (kennelijk was ik niet de enige die hier op de fiets naartoe kwam). In het reservaat was niemand aanwezig, niemand om je te ontvangen, niemand om je in de gaten te houden en geen andere toeristen: heerlijk! Ik vroeg me nog even af of ik zo’n babyschildpadje mee zou nemen, aangezien toch niemand het zou merken, maar mijn verstand en goede manieren wonnen het van het rebelse boefje dat ik soms in me draag. Sterker nog, toen ik eenmaal het pad had afgelopen en in de verte een aantal grote schildpadden had gezien, kwam ik bij de broedplaats voor de babyschildpadden. Een plek met grote bassins, stevig afgesloten met tralies en dikke sloten op die tralies. Zes grote bakken hadden vele kleine schildpadden erin, die loom over elkaar heen kropen. Aangekomen bij de zesde en laatste bak zag ik dat één van de schilpadden op zijn kop in het drinkbassin was beland. Het was niet zo diep dat hij verdronk, maar toch werden zijn bewegingen steeds minder. Na een kleine zoektocht naar iemand die kon helpen, besloot ik het beestje te redden. Ik vond een lange tak, die ik door de tralies heen stak, en met enig geluk wipte ik het schildpadje om en kroop het dankbaar het water uit om uit te hijgen.

Het schildpadje dat ik op zijn rug aantrof. Karma zorgde voor de ommekeer.
Het schildpadje dat ik op zijn rug aantrof. Karma zorgde voor de ommekeer.

Blij met mijn goede daad liep ik verder en kwam ik bij de grote watergaten die men had uitgegraven om de schildpadden wat verkoeling te bieden. Wij mensen doen dat zelf, maar schildpadden hebben water nodig om hun lichaamstemperatuur te regelen. Zelfs de landschildpadden. Bij deze zwembaden kwam ik dan ook de grote schildpadden van veel dichterbij tegen. Omdat het zo’n groot verlaten en natuurlijk park was, vond ik het niet erg dat ik ze niet had gezien in het ‘wild’ en zo kon ik mooie foto’s en opnames maken.

Toen ik eenmaal het reservaat weer uitliep kwamen er net twee opzieners binnen, die duidelijk een biertje bij de lange lunch hadden gehad en het kon ze weinig schelen dat ze het park onbewaakt hadden achtergelaten. Glimlachend stapte ik weer op de fiets en daalde ik verder af naar wat één van de mooiste stranden van de Galapagos moest zijn: Playa Chino. Onderweg begon ik me toch wel zorgen te maken. Drie uur klimmen en de drukke dagen ervoor hadden me vrij goed uitgeput en ik wist dat ik de tocht terug nog moest maken.

Aangekomen bij het mooie strand Chino waaiden de zorgen snel weg. Ik zou wel een oplossing vinden en desnoods veel te laat terug zijn om de fiets in te leveren. Het kleine strandje was bijna helemaal verlaten en er liepen wat paden omheen, die de hoge rotsen naast het strand op liepen. Vanaf daar kon ik een paar mooie kiekjes maken en daarna werd het tijd om het mountainbike zweet van me af te spoelen door een duik te nemen in het kristalheldere water. Er waren flinke golven, dus mijn snorkel had ik voor niets meegenomen, maar toch genoot ik van het frisse water.

Na het volgen van een pad voor 15 minuten en na 5 uur fietsen, is dit dan mijn eerste blik op mijn einddoel: Puerto Chino.
Na het volgen van een pad voor 15 minuten en na 5 uur fietsen, is dit dan mijn eerste blik op mijn einddoel: Puerto Chino.
Eric? Nee dat klopt niet, dat moet Michiel zijn.
Eric? Nee dat klopt niet, dat moet Michiel zijn.
De mooie baai genaamd Puerto Chino.
De mooie baai genaamd Puerto Chino.
Ja, dit strand verdiend wel een thumbs up. Puerto Chino.
Ja, dit strand verdiend wel een thumbs up. Puerto Chino.

Na een uurtje genieten van zon-zee-strand, liep ik het pad weer af. Mijn reddingsactie van de schildpad had me kennelijk goed karma geleverd, want ik kwam een stel tegen, waarvan ik de vrouw de dag ervoor was tegengekomen. We hadden een soort raar ken-ik-jou moment gehad en daarna kwam ik haar en haar vriend overal tegen. In dit geval was het een zegen, want zij waren met de taxi gekomen en ik kreeg een gratis lift terug. Ze stopten bij de boomhut in de Ceiba boom en ik had geen zin om te wachten, dus bedankte hen voor de rit en ging in hoog tempo weer bergafwaarts richting het dorp. Net op tijd leverde ik mijn fiets weer in en voldaan had ik een rustige avond.

Ik heb dus gefietst van het meest linker puntje op de kaart naar het oostelijk gelegen Puerto Chino. Met enkel deze kaart en mijn GPS.
Ik heb dus gefietst van het meest linker puntje op de kaart naar het oostelijk gelegen Puerto Chino. Met enkel deze kaart en mijn GPS.

Donderdag

Kicker Rock ook wel Leon Dormido (slapende leeuw). De beste duikspot van de eilanden.
Kicker Rock ook wel Leon Dormido (slapende leeuw). De beste duikspot van de eilanden.

Ook deze keer ging de wekker weer om 6 uur. We moesten namelijk weer de boot op om te duiken. We gingen naar Kicker Rock, of in het Spaans totaal anders genaamd: Leon Dormido. Een naam die ik zelf veel mooier vond, maar kennelijk door niemand gebruikt werd. Deze keer was ik voorbereid. Ik had pilletjes gekocht tegen de zeeziekte en dankzij die pilletjes had ik nergens last van. Een tocht van een half uur, waarbij ik kon genieten van de zee en het uitzicht was zeer welkom om rustig wakker te worden. Deze keer werd er wel een plan gevormd voor het duiken en we gingen eerst ‘het ravijn’ van de grote steenformatie door. Zoals afgesproken ging ik meteen omlaag zodra we onderdoken en zwom ik over de bodem, 22 meter onder water richting ‘het ravijn’. Daar hield de groep stil en wachtte. Ik was al iets verder door, samen met mijn duikbuddy Derek en wij kwamen midden tussen een school haaien (White Tipped Reefsharks) terecht.

Ook waren er weer veel schildpadden te zien, het werd bijna gewoontjes. We hoopten op hamerhaaien, deze keer wat dichterbij, maar we hadden geen geluk. Ook de zeldzaam voorkomende Manta Ray bleef uit. Wel kwamen we tijdens de tweede duik op een mooi punt uit, waarbij we duizenden vissen zagen, groot en klein, die opgezweept door de sterke stromingen heen en weer gingen. Dit werd ook ontdekt door een hongerige zeeleeuw en zodoende zagen we dit beest spelen met de vissen en ze dan opeten. Hij schoot weg, tot ieders verbazing een snelheid behalend die je niet voor mogelijk zou houden. Vlak voordat we naar boven gingen kwam er nog een andere bijzondere haai voorbij. Een Black Tipped Reefshark. Dat is nou precies de enge haai die ze in films en stripverhalen gebruiken. Die ene, die bij Finding Nemo als grootste haai wordt getekend. Een prachtige beest dat langzaam aan ons voorbij zwom.

Finding Nemo haai.
Finding Nemo haai.

Omdat het duiken zo duur was, wisten we dat dit onze laatste duik was en dus staat nog steeds op mijn verlanglijstje, naast de whaleshark, de manta ray. We eindigden onze bootdag op een ander mooi strand waar we een uurtje kregen om te snorkelen en te wandelen. Er was weinig te zien, zowel boven als onder water. De paardenvliegen, die heel hard kunnen steken, plaagde onze benen, dus we wilden al snel weer terug naar de boot en zo kwamen we nat en voldaan al snel weer aan op het eiland.

Het mooie strand met de dikke paardenvliegen.
Het mooie strand met de dikke paardenvliegen.

Vrijdag

Ook hier ging weer om zes uur de wekker. Om zeven uur zaten we namelijk weer op een boot, deze keer weer terug naar Isla Santa Cruz. Mijn pilletjes voorkwamen dat ik zeeziek werd en rond een uur of negen checkten we in bij een ander hotel dan we daarvoor hadden gehad, gewoon omdat we wat beters zochten. Terwijl onze kamers schoongemaakt werden, ontmoetten Derek en ik in de lobby twee Zweedse meiden, Eva en Stina. Zij waren ook net aangekomen en wilden net als ik graag zoveel mogelijk uit de dag halen. We besloten om met zijn vieren, met de taxi deze keer naar het midden van het eiland te gaan, want daar was een natuurlijk reservaat waar wederom schildpadden te zien waren en we konden er door lavatunnels avonturieren. Voor 30 dollar zou de taxichauffeur ons naar de plek brengen en ons een paar uur later weer oppikken. Omdat de weg zelfs te slecht werd voor zijn jeep, werden we voortijdig gedropt, met de boodschap dat hij ons ook hier weer zou oppikken.

Stina (links) en Eva (rechts)
Stina (links) en Eva (rechts)

Waar we vertrokken weet ik nu nog steeds niet, het enige dat ik weet was dat we het modderige jeepspoor afliepen, een bord tegenkwamen dat de richting aangaf en we daarna een klein pad opgingen dat vergeven was van modder. Stina en ik vonden het een beter idee onze schoenen te sparen en durfden het aan om op blote voeten te gaan. Derek en Eva kon het weinig schelen dat hun witte en roze sneakers bedolven werden onder modder en gingen verder. Binnen tien minuten was ik alleen. Stapje voor stapje uitmetend waar ik mijn voeten moest zetten om niet weg te zakken tot mijn knieën en om de doorntakken te vermijden. Vaak lukte dat niet en een uur later kwam ik al bloedend aan bij de rest, waar zij al makkelijk tien minuten aan het wachten waren. Hoe Stina het deed weet ik niet, ze had haar halfhoge sokjes weer aan, dus misschien dat dat haar had geholpen, maar ik had pijn!

Het begin van het modderpad dat ik op blote voeten afliep.
Het begin van het modderpad dat ik op blote voeten afliep.

We liepen rondom het meer en zagen misschien twee schildpadden. Ondanks dat ze nog groter waren, had ik de smaak voor het lang bekijken van de beesten al verloren. Ik was nog steeds vrolijk, want ik vind dat als mensen dit 2.000 jaar geleden konden doen, ik het ook best kon. Zeker nu we penicilline hebben :-).

Hallo, welkom in mijn reservaat!
Hallo, welkom in mijn reservaat!
Hoe ging dat verhaal over de race met een schildpad ook alweer?
Hoe ging dat verhaal over de race met een schildpad ook alweer?

De dames werden echter wel wat onrustig en waren blij toen ik mijn GPS naar voren haalde. Omdat ik geen idee had waar we begonnen waren kon ik die plek ook niet terugvinden, maar helemaal verdwaald waren we niet. Er was een grote weg in de buurt. Deze leidde uiteindelijk naar een ranch, vanwaar we een nieuwe taxi charterden. We lieten de aardige chauffeur ons terugbrengen naar het hostel, waar we ons snel omkleedden om de namiddag nog naar Tortuga Beach te gaan. Een taxiritje van een dollar en een wandeling van een half uur later kwamen we aan op een groot strand met het fijnste zand dat je je kan voorstellen. Het leek wel suiker. We liepen een stuk, tot we bij een soort baai kwamen waar de mangroves en de vulkanische rotsen een magische sfeer uitstraalde over het rustige water. Wederom had ik voor niets mijn snorkel meegesjouwd, want in het ondiepe en zanderige water kon ik slechts twee kleine visjes spotten.

Mangrove op een natuurlijke pier van vulkanische stenen.
Mangrove op een natuurlijke pier van vulkanische stenen.
Overal dit soort kleurrijke krabben op de rotsen.
Overal dit soort kleurrijke krabben op de rotsen.

Ik was nog maar net terug bij Derek en de meiden, toen we door een parkwachter gesommeerd werden het water uit te komen, want ze gingen sluiten. Langzaam wandelden we terug en deze keer kostte het ons een uur om bij de uitgang te komen. We gingen gezamenlijk weer naar de Hongerstraat, bestelde voor 5 dollar het menu van de dag, dat deze dag grof tegenviel en vonden het weer een geslaagde dag. De rest van de avond bestond voor mij uit op het randje van het dakterras zitten, terwijl ik muziek luisterde en de mensen over de straten zag scharrelen op zoek naar vrijdagavondvermaak.

Zaterdag

Omdat ik toch zoveel mogelijk wou zien van Galapagos in dit korte weekje dat ik er was, had ik bedacht dat we naar Isla Isabela konden gaan met een dagtrip. Derek sloot zich hierbij aan en voor maar liefst 120 euro hadden we een dagtoer die, zoals je kan raden, weer om zeven uur vertrok, zodat we om zes uur naast ons bed stonden. Om zeven uur zaten we netjes bij het kantoor te wachten, de gids zou ons daar oppikken, maar dat was om half 8 nog niet het geval. Ik achterhaalde met wat moeite een mobiel telefoonnummer van ons ticket en gebruikte de Ecuadoriaanse simkaart van Derek om te checken of we nog werden opgepikt. De man die we belden zei dat we bij de dock hadden moeten wachten, dat terwijl op ons kaartje toch duidelijk ‘office’ stond. Onderstreept en wel.

Niettemin werden we direct na het telefoontje opgehaald door een haastig klein mannetje, die ons bijna door de checkpoints de boot opduwde. Meteen wilden ze geld zien, want dit en dat was niet inbegrepen in onze toer. Derek en ik, die vaker met dit soort bijltjes gehakt hadden, weigerden koppig om iets extra te betalen, anders dan de 5 dollar p.p. die we moesten betalen voor de toegang tot het eiland. Dat standje zag er net iets te officieel uit.

Omdat we een uur later waren vertrokken dan gepland, was er constant een gevoel van haast. De toer zat ook niet erg goed in elkaar. Na het betalen van de taks bij Isla Isabella, werden we de volgende boot opgeduwd en begon onze gids in slecht Engels te vertellen dat er pinguïns en zeehonden te zien waren. Ook zagen we de zogenaamde Blue Footed Boobies, maar heel dichtbij konden we niet komen, waardoor een goede foto uitbleef. We werden door de kapitein gedropt op een eiland vol vulkanische stenen en liepen in hoog tempo langs tientallen iguanas. Aangezien we die al overal hadden gezien was dat weinig speciaal en ook het stukje meer waarbij we een soort gang zagen waar haaien zich zouden moeten ophouden was niet de moeite waard. Vooral omdat de gids enkel vertelde dat van oktober tot december hier haaien te zien waren. Tsja, daar heb je weinig aan in juni.

Toen we eenmaal het rondje hadden volgemaakt, konden we in de baai van het eiland snorkelen. Iets waar ik me toch enorm op verheugd had. Eindelijk de kans om te snorkelen met pinguïns. Ik had al mooie foto’s en filmpjes gezien van andere reizigers. Helaas, ook hier weinig geluk. Ik heb al snorkelend één pinguïn voorbij zien schieten. Wel kwam ik de grootste zeeschildpad ooit tegen, die nieuwsgierig naar me toe zwom, dat terwijl er ook een zeeleeuw speels om ons heen cirkelde. Voor het eerst was ik helemaal alleen en genoot van het unieke moment dat ik hier meemaakte. De zeeleeuw vond zelfs een takje op de bodem en liet zien dat de naam zeeleeuw helemaal verkeerd was en we ze gewoon allemaal zeehond moeten noemen.

Ondanks dat we een uur zouden hebben om te snorkelen, en Derek net een pinguïn was tegengekomen die wel nieuwsgierig naar zijn camera hapte, werden we na 40 minuten alweer het water uitgeroepen. Waarschijnlijk omdat de rest van de groep, die voornamelijk uit Zuid Koreanen bestond, niet kon zwemmen en dus al 40 minuten op ons zat te wachten.

De boot bracht ons snel naar de kust, waar we opgepikt werden door een soort bierwagen zonder bier. Een oude pick-up, met bankjes en een houten constructie bracht ons naar het restaurant waar we een karige lunch kregen voorgeschoteld: een kippenboutje dat zo klein was dat ik dacht dat ik misschien duif had gekregen en een dikke brok droge rijst. Dank je, zo’n lunch voor een toer van 120 euro verwacht je toch niet. Maar ja, als backpacker heb ik erger meegemaakt, dus at netjes mijn bord leeg en we werden begeleid naar een strand. Dit strand was groot, maar weinig speciaal. Het had een klein torentje voor een uitzicht over zee, maar we hadden het al snel gezien. Na al dat gehaast zei de gids hier opeens dat we een uur de tijd hadden. Idioot! Ik ben op het warme zand gaan liggen en heb drie kwartier geslapen, om daarna weer in een busje te stappen voor het volgende stuk.

Als laatste gingen we snel snel snel naar een meer waar we flamingo’s zagen. Iets waar ik me wederom erg op had verheugd, maar echt veel was er niet te zien. Ze waren ver weg (dus geen mooie foto’s) en we kregen veel te weinig tijd om ze te bestuderen. Meteen naast het flamingo stukje kwamen we bij een schildpadreservaat, mijn derde deze week en werden we binnen twintig minuten rondgeleid tussen de stenen muren waar schildpadden bijna waren opgestapeld. Ik kreeg alle informatie die ik al had nog eens te horen in slecht Engels en daarmee was de dag gedaan. Op de boottocht terug werkte mijn pilletje niet goed meer en ondanks dat ik me goed wist te houden kwam ik extra chagrijnig terug van deze dure dagtrip.

Toen we door een dutje het zieke gevoel van ons af hadden geschud, zijn Derek en ik (vooral ik) verhaal gaan halen bij de touroperator waar we de trip hadden geboekt. Excuses alom, geen idee wat er gebeurd was, en de dame die ons had voorgelicht gaf toe dat ze altijd vergat te zeggen dat de vijf dollar toegang tot het eiland niet was inbegrepen. Veel compensatie kwam er niet, tot ik boos bleef aandringen en begon te dreigen met slechte reviews. Toen vond de eigenaar het tijd om toch in te grijpen en kregen we in elk geval nog de vijf dollar extra terug. Tevreden zijn we die gaan uitgeven aan een vieze hamburger om toch maar wat in onze maag te hebben en zijn we vroeg naar bed gegaan.

Er zit hier ergens een grap met twee Boobies de de weg overstaken.
Er zit hier ergens een grap met twee Boobies de de weg overstaken.
De verzameling Blue Footed Boobies die we al vanaf de boot konden spotten.
De verzameling Blue Footed Boobies die we al vanaf de boot konden spotten.
De rotsen van de eilandjes ten zuiden van Isla Isabela herinneren je er aan dat de eiland echt opgebouwd zijn uit vulkanische uitstoot.
De rotsen van de eilandjes ten zuiden van Isla Isabela herinneren je er aan dat de eiland echt opgebouwd zijn uit vulkanische uitstoot.
Iguanas houden ervan om elkaar te knuffelen zodat ze warm blijven.
Iguanas houden ervan om elkaar te knuffelen zodat ze warm blijven.
Zo ziet een iguana er uit als hij dood is (en opgevreten door aaseters).
Zo ziet een iguana er uit als hij dood is (en opgevreten door aaseters).
Kijk baby iguanas, ik heb ook een lange tong!
Kijk baby iguanas, ik heb ook een lange tong!
Hier konden we dankzij de snel-snel-toer maar even van genieten.
Hier konden we dankzij de snel-snel-toer maar even van genieten.
Er moest even een foto gemaakt worden van de Hollander omdat je hier niet mocht fietsen.
Er moest even een foto gemaakt worden van de Hollander omdat je hier niet mocht fietsen.
Dit is misschien wel de oudste schildpad die ik heb gezien.
Dit is misschien wel de oudste schildpad die ik heb gezien.
Niet aan mijn eten komen!!!
Niet aan mijn eten komen!!!
Protesten in Galapagos tegen de president. In Galapagos krijgt iedereen 75% meer loon. De president gaat dat afschaffen.
Protesten in Galapagos tegen de president. In Galapagos krijgt iedereen 75% meer loon. De president gaat dat afschaffen.

Zondag

De laatste dag in de Galapagos. Om half vijf zou ons vliegtuig gaan en ik had bedacht nog een korte hike te doen in de late ochtend. Echter na al die dagen zo vroeg opgestaan te zijn en zoveel toch actieve dingen gedaan te hebben, besloot ik de avond ervoor dat dit misschien niet zo slim was. Ik had toch echt slaap nodig en mijn lichaam gaf ook aan dat het genoeg was. Vooral mijn voeten deden nog zeer van het blootvoets hiken door de jungle. Derek had überhaupt het idee al opgegeven om nog iets actiefs te doen, dus we sliepen uit en pakten snel in, omdat we om 10 uur moesten uitchecken. De uren doodden we in een café waar we eindelijk iets beter internet hadden en vanuit daar namen we de taxi naar het vliegveld. Drie uur later vlogen we terug naar Quito en zat ik in het vliegtuig deze blog te typen, opdat ik dit avontuur niet snel zou vergeten.

Toch een mooi beeld, onze tassen (ja het zijn dezelfde), die in de kofferbak liggen. Heeft iets triests.
Toch een mooi beeld, onze tassen (ja het zijn dezelfde), die in de kofferbak liggen. Heeft iets triests.
Tijd om weer terug naar het vasteland te gaan.
Tijd om weer terug naar het vasteland te gaan.
4 comments Add yours
  1. Wat een geweldige beelden van het duiken! Die zeeleeuwen zijn wel uitslovers hè? En zoveel haaien! Die zijn dus blijkbaar niet gevaarlijk om tussen te zwemmen?

    Ook weer grappige, mooie en schattige foto’s. Je wordt daar zo verwend met al het natuurschoon en coole dieren dat je in de toekomst voor de rest van je vakanties verpest bent volgens mij…

    Wat probeert die schildpad in het filmpje nou op te eten?

    1. Daar zou je zomaar gelijk in kunnen hebben. Het was gewoon een groene tak van het één of ander… ik weet het niet precies en er was niemand om het te vragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *