Zes dagen in de Amazones

Na het koude en hoge La Paz verheugde ik me enorm op de warme jungle. Bolivia was het land waar ik eindelijk diep de Amazones in zou gaan. Om er te komen koos ik er voor om te vliegen. De bus ging namelijk over de gevaarlijkste weg ter wereld en deed er 24 uur over. Slingerend wakker gehouden worden door de afgrond, nee, daar zat ik niet op te wachten. Ondanks dat lokaal vliegen in Zuid Amerika ook niet geheel veilig is, vond ik het toch een betere optie.

In mijn hostel in La Paz wachtte ik op een taxi. Tevergeefs want het was een heel speciale feestdag en dat betekende dat er nauwelijks taxi’s reden. Twee meiden, een Ierse en een Duitse, hadden hetzelfde probleem. Jody, Jessica en ik zochten dus naar een oplossing. We besloten naar de grote weg te lopen om te kijken of we daar een taxi konden krijgen. Wederom tevergeefs, tot we de manager van het hostel tegenkwamen. Hij kwam op het idee om de kabelbaan te nemen. Nu had ik alles al gedaan in en om La Paz, maar nog niet in de kabelbaan.

Met onze bagage op de rug liepen we 20 minuten al klimmend en zwetend omhoog. Uiteindelijk kwamen we bij de kabelbaan, maar er stond een rij van makkelijk 100 meter. We hadden nog maar een uur voor onze vlucht vertrok en we waren bang deze te missen. Al tegen elkaar mompelend stapten we vooraan de rij in en niemand protesteerde. Binnen deden we alsof we domme toeristen waren en liepen langs de volgende rij. Binnen 5 minuten zaten we in de kabelbaan.

Even later waren we boven. Nu nog maar 45 minuten verwijderd van het opstijgen van het vliegtuig. We hadden echter nog 20 minuten te lopen en het Duitse meisje begon echt zenuwachtig te worden. De Duitsers zijn nou eenmaal stipt. Ze liep voor ons uit, maar ik maakte me weinig zorgen. We zouden het net redden en dan nog een half uur moeten wachten, “Boliviaanse tijd” noemen ze dat. We kwamen aan bij het vliegveld, de Ierse meid knipoogde naar een airportofficial in een pickup truck en hij bracht ons met onze tassen, bezweet als we waren, naar de ingang.

Daar aangekomen kregen we te horen dat de vlucht gesloten was. Een half uur voor aanvang. De meiden gooiden wederom hun charme in de strijd en zodoende ‘openden’ ze de vlucht nog even. We renden naar de gate, maar daar kregen we te horen dat ze nog niet begonnen waren met boarden. Een Boliviaans half uurtje later liepen we dan toch naar het vliegtuig en zagen een klein laag vliegtuigje, waar niet eens een deur ons scheidde van de piloten. Een tocht van 40 minuten lang, vol turbulentie, maar het bracht ons waar we wilden zijn: Rurrenabaque. Een dorp midden in de jungle.

Van rechts naar links, Jessica, Jodie en ik. Na rennend aangekomen te zijn bij de gate en dan toch nog moeten wachten trakteerde we onszelf op een ijsje.
Van rechts naar links, Jessica, Jodie en ik. Na rennend aangekomen te zijn bij de gate en dan toch nog moeten wachten trakteerde we onszelf op een ijsje.
Samen met mijn presidentiële vrouw Jodie stapte ik het privévliegtuig uit.
Samen met mijn presidentiële vrouw Jodie stapte ik het privévliegtuig uit.

De dames hadden al een tour geboekt, voor maar liefst $240. Ik had het leuk gevonden om met hen mee te gaan op tour, maar het was me echt te duur. Verder had ik alle tijd, dus de dag er na verkende ik het dorpje en ging ik shoppen voor tours. Ik wist praktisch dezelfde tour te boeken voor nog geen $80 en zodoende vertrok ik een dag later dan de dames met de Pampas tour.

Ik ontmoette de groep waar ik drie dagen mee ging reizen. Een Deense dame van 33 jaar, een Zwitserse (Duitse deel) jongen van 27 jaar en een stelletje waar ik de leeftijden niet van weet, maar de meid kwam uit Zwitserland (het Franse deel) en de jongen uit Italië. Het was een rare groep. Het stelletje was oké, gewoon normale reizigers. De jongen uit Zwitserland (Peter) was een beetje raar, maar wel aardig. De Deense dame was misschien wel de meest vervelende persoon die ik in bijna 10 maanden reizen ben tegengekomen. Ze was bazig en luid, maar daar kom ik later op terug.

We reden met zijn allen zo’n 3 uur lang over een onverharde weg met immens veel stenen. De chauffeur was een jonge jongen, die zijn voet vol op het gas drukte, dus het duurde ook niet lang voor we een lekke band hadden. Deze verving hij snel met wat op een zwemband leek, maar hij hield het tot we aankwamen. We betaalden netjes de $20 voor toegang tot het nationale park en konden daarna ruim een uur wachten tot er eens een gids kwam opdagen, die ons naar de boot begeleidde. De boottocht was lang (2 uur), maar ontzettend mooi. We zagen allerlei vogels rond de rivier, capybara’s (een soort reuzenhamsters) en heel veel alligators. Het mooie weer en de frisse wind maakten het af en iedereen was wild aan het fotograferen.

Alligator en Capi. De één eet de ander, maar deze Capi was gewoon te groot voor hem.
Alligator en Capi. De één eet de ander, maar deze Capi was gewoon te groot voor hem.
Eén van de vele wilde aapjes. Ze durfde soms heel dichtbij te komen.
Eén van de vele wilde aapjes. Ze durfde soms heel dichtbij te komen.

Dan zie je opeens deze ogen naast je boot.
Dan zie je opeens deze ogen naast je boot.
Visarend.
Visarend.

We kwamen aan in de lodge en we hadden een kamer met zijn vijven te delen. Het was midden in de jungle, dus de sfeer van de lodge was geweldig! Er hingen muskietennetten en we hadden een doorgezakt matras, maar al met al was het goed. Ook het eten was geweldig. Veel en gezond.

Net toen we aankwamen bij de lodge hadden ze naast onze hut een Cobra gevonden. Onze gids vond het leuk om er even mee te spelen.

Na de lunch stapten we weer in de boot en gingen we kijken naar een zonsondergang. Terwijl we over de met krokodillen gevulde rivier zoefden kwamen er af en toe andere hostels in zicht. We kwamen aan bij de plek waar we de zonsondergang konden zien boven de jungle en daar was gewoon een café. Iedereen kocht een biertje en er werd gevolleybald en gevoetbald. Ik koos het voetballen en met drie teamgenoten rende ik over het veld. Ondanks dat ik het al lang niet meer gedaan had, speelde ik drie Israëliërs uit, die dat niet konden waarderen. Na vijf minuten had ik al geen adem meer, dus ik mag weer aan mijn conditie gaan werken.

De zonsondergang was erg mooi en we wachtten tot het donker werd, zodat we op de boottocht terug onze zaklampen in de ogen van de verschillende dieren konden schijnen. Met name de krokodillenogen in het water waren eng om te zien, maar het zorgde voor een beetje avondvermaak.

De dag erna begon met een groots ontbijt en daarna gingen we anaconda’s zoeken. Ja, anaconda’s zoeken! De megaslangen hielden zich echter goed schuil en zelfs toen we van zoekplek wisselden konden we er geen vinden. De tweede plek was een soort heuveltje gevuld met struiken, bomen en bamboe. Ik liep op een gegeven moment het heuveltje af, het hoge gras in. Daar, in een soort berm liep een klein luipaard voorbij. Ik bleef stil staan en pakte mijn camera, maar het beest ging net de bocht om. Toen ik het wou volgen keek het om, zag me en sprintte weg. Helaas geen foto. Dat zou wel handig geweest zijn, want zelfs de gids had nog nooit een luipaard gezien in drie jaar jungle toeren, dus ik werd argwanend aangekeken. De Deense vertelde me dat ik een kat had gezien, ik keek haar boos aan, zei dat het zeker geen kat was en liep weg.

Terug bij onze lodge hadden we drie uur pauze die we doorbrachten met een dutje in de hangmat. Toen opeens de Deense begon te gillen. Eén van de twee boten was losgeraakt en aan de andere oever beland. Niets bijzonders, maar ze deed alsof ze de held van de dag was en al onze levens gered had. De boot was snel binnengehaald en omdat iedereen nu toch klaarwakker was, vonden we het tijd voor onze volgende activiteit: piranha vissen. We kwamen langs een plek waar de vissen daadwerkelijk elke seconde uit het water sprongen en we begonnen te vissen. Alle vissen daar bleken meervalletjes te zijn. Leuk, eetbaar, maar niet waar we naar zochten.

We vonden een andere plek in de schaduw en we gooiden onze lijntjes weer uit. Mijn groepsgenoten haalden de ene na de andere piranha binnen en ik had maar geen geluk. Na een half uur voelde ik voor de honderdste keer geknabbel aan mijn haak en trok er stevig aan. De grootste piranha tot nu toe! Trots en voldaan viste ik nog wat en haalde nog een meerval binnen. Onze gids maakte de vissen schoon en reeg ze aan een stok. Met negen piranha’s en drie meervallen kwamen we terug. De grotere groep (10 personen) die ook in de lodge verbleef had zelfs minder gevangen dan wij.

De vangst. Negen piranha's en drie meervallen. De grootste piranha (rechts) heb ik gevangen.
De vangst. Negen piranha’s en drie meervallen. De grootste piranha (rechts) heb ik gevangen.

De vissen werden klaargemaakt en ik kreeg natuurlijk de grootste, want die had ik gevangen. Net als elke maaltijd vertelde de Deense weer wie wat mocht eten en hoeveel. Haar negerend pakte ik de laatste piranha op en deelde die met de andere groep.

De derde en laatste ochtend in dit deel van de jungle begonnen we vroeg, door naar een plek te gaan waar we de zonsopgang konden zien. Samen met een paar andere groepen keken we hoe de rode zon boven de toppen van de bomen uitkwam. De zon was zo rood, dat had ik nog nooit gezien. Het deed me denken aan de foto’s en afbeeldingen die je normaal ziet van landen in Azië. Daar hoef ik dus ook niet meer naartoe voor een zonsopgang 😉

Een 'Oosterse' zonsopgang boven de jungle.
Een ‘Oosterse’ zonsopgang boven de jungle.

De rest van de ochtend spendeerden we met het zwemmen met de roze-neus dolfijnen. De grootste dolfijnen ter wereld, die leven in de zoetwaterrivier in de Amazones. Nu heb ik vaker met dolfijnen gezwommen en dat was toen leuker. Hier is het water zo bruin, dat je onder water niets kan zien en de dolfijnen kwamen slechts deels boven water. Ze waren ook ver weg van waar wij zwommen en elke keer als we ze achterna gingen, zwommen ze een andere kant op. Ik gaf het snel op, maar de Deense wou per se in het water blijven en niemand kreeg haar er uit. Stiekem hoopte ik dat ze in haar teen gebeten werd. Muhahaha.

Toen ze dan uiteindelijk wel het water uitkwam, zat de tour er ook op. We pakten onze spullen en we gingen per boot weer terug. Nog genietend van de zon en de wind in mijn haren kwamen we aan waar we ook vertrokken waren. Deze keer beduidend sneller, omdat we niet voor elke krokodil of vogel hoefden te stoppen. We werden netjes teruggereden en ik bracht de nacht door in mijn luxe hostel. In een goed bed, na een flinke douche.

De volgende ochtend werd ik weer opgepikt en werd mij verteld dat voor mijn tweede tour te weinig belangstelling bij het bedrijf was geweest, dus ze hadden me bij een ander bedrijf dat dezelfde toer deed ondergebracht. Ik zou daar wellicht alleen of met één iemand anders gaan. Ik kwam er twee Fransen tegen. Het stikt in Bolivia van de Fransen, waarom weet ik niet. Hoe dan ook, het was een stelletje en zij vertelden dat ze op de survival tocht gingen. Geen spullen, alleen een camera en dan drie dagen overleven in de jungle. Zelf eten zoeken, water vinden dat drinkbaar is en een eigen onderkomen bouwen. Wel met een gids. Ik had eerder van deze tocht gehoord en er niets over kunnen vinden. Ik vond het jammer dat ik niet met hen mee kon, maar we gingen wel gezamenlijk naar de startplaats.

Terwijl ik al in de boot zat, kwam opeens Peter, de Zwitserse jongen van mijn vorige tour aangelopen. Hij bleek mijn enige compagnon te zijn voor de komende drie dagen (afgezien van de gids Miguel natuurlijk).
Hij is een beetje nerderig, maar wel heel aardig. Zijn rare opmerkingen en gekke loopjes maakten de jungletreks hilarisch.

We vertrokken dus deze keer direct met de boot en gingen de andere kant op, een totaal andere jungle omgeving in. Het kostte ons drie uur om er te komen, met name omdat het water zo laag stond dat de boot vaak vastliep. Uiteindelijk besloot de kapitein dat het genoeg was geweest en hij niet verder wou, dus hij dropte ons met alle spullen op een strandje en de rest mochten we lopen. Met alle spullen, het water, eten enzovoorts was het maar goed dat we twee mensen bij ons hadden die zonder spullen de jungle ingingen en ons konden helpen dragen. Na een half uur over zand- en steenstranden gelopen te hebben kwamen we aan bij de ingang van de lodge. Helaas scheidde de rivier ons van onze bestemming. Er lag echter een vlot, echt zoiets dat iemand op een onbewoond eiland bouwt om te ontsnappen. Alle spullen en kleren gingen op het vlot en in onze onderbroeken zwommen we door de rivier (vol piranha’s en alligators) naar de overkant. Iedereen kwam veilig en droog aan en we zagen ons onderkomen voor die nacht.

Na de lunch en wat rust vertrokken de survivallers de jungle in en gingen Peter, Miguel en ik de jungle in om dieren te zoeken. Peter pakte zijn hele tas uit, stopte er een waterfles in en zei dat dit de enige manier was dat hij kon hiken terwijl hij water mee had. Miguel en ik lachten hem vol uit en er werd hem beloofd dat Miguel een draagding zou maken van lianen. Dat deed hij heel professioneel en even later gingen we op weg.

Het idee is dat je je heel stil voortbeweegt, zodat de jaguars, wilde zwijnen en slangen je niet horen, want dan vluchten ze. Peter snapte dit echter niet helemaal. Alsof je een olifant een porseleinwinkel in laat bewoog hij zich voort. Elke keer dat we stil stonden om te luisteren of we wat hoorden, dacht hij dat het moment was aangebroken om voluit te praten over de kwaaltjes die hem dwars zaten. Over het algemeen was het zijn stoelgang, die hij tot in detail beschreef. Dat had hij al gedaan tijdens het eten, en dus was het nog minder interessant.

We zagen wat aapjes vanuit de verte, maar die hadden we al gezien op de Pampas tour, dus dat was niet heel bijzonder. Miguel wist echter extreem veel van de natuur om ons heen en liet ons bomen en planten zien die medicinaal of voor voedsel gebruikt konden worden en zelfs kleine kokosnoten, die wormen in zich hadden die je kon eten. Volgezogen met kokossap, maakten ze een soort olie en ze smaakten helemaal niet gek.

Worm in de kokosnoot. Deze heb ik opgegeten.
Worm in de kokosnoot. Deze heb ik opgegeten.

Na drie uur rondlopen kwamen we echter geen dieren tegen en Peter klaagde dat hij echt WC papier nodig had, dus we liepen weer terug naar het kamp. Daar spendeerde ik de avond met een filmpje kijken op mijn telefoon en ik lag om half tien in mijn bed. Om een uur of drie werd ik wakker van immense tropische regen. Ik lag droog en warm, maar ik moest toch even denken aan die survivallers onder hun bladerdakje.

Goed uitgerust begonnen we de volgende ochtend na het ontbijt met een trek naar het volgende kamp. Volgepakt liepen we door de jungle. De gids had gezegd dat het 6-7 uur lopen zou zijn, maar een dikke drie uur later kwamen we aan. Onderweg wederom verhalen over het woud en nieuwe planten en insecten die we tegenkwamen. Aangekomen, na de lunch, verveelde ik me meteen. We hadden nog een groot deel van de dag en er was echt niets te doen. Ik vroeg of de gids vislijnen mee had en dat had hij. We liepen naar het strand en begonnen te vissen. Peter had meteen beet en haalde twee enorme vissen uit het water. Ik had minder geluk en na een hele middag mijn haak met vlees het water ingooien, keerde ik met lege handen terug. Niettemin waren de vissen zo groot, dat we met zijn drieën genoeg hadden aan één vis, in combinatie met wat rijst en gefrituurde bananen.

Ons kamp voor één nacht. Onder het blauwe zeil zouden we onze matjes uitrollen.
Ons kamp voor één nacht. Onder het blauwe zeil zouden we onze matjes uitrollen.

Er waren geen bedden, dus we hadden een matje en een deken meegenomen. We spanden een zeil onder een soort van tent en legden daar onze slaapspullen op. Een muskietennet maakte het af en zodoende waren we klaar voor de nacht. Het was wel pas net donker, dus er stond een tocht op de planning om de nachtelijke dieren te spotten. Twee uur liepen we door de jungle met de olifant (Peter) en het enige dat ik zag was een rat en een heleboel spinnen. De meeste kleurrijk en wel giftig.

...vogelspinnen...
…vogelspinnen…
We kwamen een heleboel insecten tegen, zoals vlinders...
We kwamen een heleboel insecten tegen, zoals vlinders…
...kikkers (giftig)...
…kikkers (giftig)…
...mieren...
…mieren…
en termieten zijn hier ook volop te vinden.
en termieten zijn hier ook volop te vinden.
De termieten uit de foto er boven werden op deze manier door onze gids verorbert.
De termieten uit de foto er boven werden op deze manier door onze gids verorbert.

Teruggekomen was ik kapotmoe van al dat vissen en lopen, dus ik dook letterlijk meteen mijn bed in. Het matje lag zwaar oncomfortabel en sinds de regen was het flink afgekoeld. In foetuspositie viel ik wel in slaap, ondanks het rare gesnurk van Miguel. Halverwege de nacht werd ik wakker, ging plassen en zag Miguel rondrennen bij onze kooktent. Later vertelde hij me dat hij ratten weg aan het jagen was van de vis die we nog hadden liggen. Gebroken werd ik de volgende ochtend wakker en we kregen gefrituurde snacks als ontbijt. We pakten onze spullen in en trokken weer terug naar ons basiskamp. Wederom een wandeling vol interessante feiten over de planten, maar geen nieuwe dieren gezien. We namen nog een groepsfoto en toen kwamen we aan bij het kamp.

Balancerend over eeuwenoude bomen baande we ons een weg door de jungle. Ja ik voelde me wel een beetje toerist met al die kleuren.
Balancerend over eeuwenoude bomen baande we ons een weg door de jungle. Ja ik voelde me wel een beetje toerist met al die kleuren.
De 'groepsfoto'.
De ‘groepsfoto’.


Op de terugweg naar het hoofdkamp

Geen vijf minuten later arriveerde de hongerige en duidelijk vermoeide survivalgroep met bogen en zelfgemaakte tassen en al. Net als wij hadden ze water gedronken door bepaalde lianen te kappen, die per meter ongeveer 5 liter water bevatten. Daarnaast hadden ze gevist, wormen gegeten en soms een wortel gevonden. Toen de lunch eenmaal op tafel stond, vielen ze dan ook hongerig aan op de vissen die zowel wij als zij hadden meegenomen.

Na de lunch vroeg ik naar het ‘juwelen maken’. Miguel en ik zochten wat kleine kokosnoten en ik begon verwoed te zagen om er een mooie ring uit te maken. De andere, inmiddels verveelde, reizigers vonden het wel interessant en begonnen ook een ring te maken. Normaal schuur je je daarna suf, maar de kapitein van de boot stond te wachten. We pakten on ze spullen en gingen de boot in. Ook deze keer was Miguel goed voorbereid, hij had schuurpapier en verf mee, dus de boottocht spendeerden we aan het schuren van de ringen die we hadden uitgezaagd. Hij deed het voor en er kwam een prachtige ring uit. Mijn ringen waren scheef en één had zelfs een klein gat er in, omdat ik te heftig had geschuurd. Miguel wou hem over boord gooien, maar ik weigerde dat. Nooit je eerste poging weggooien.

Uitgeschuurd kwamen we aan in Rurrenabaque en de rest van de dag rustte ik uit. De volgende ochtend had ik mijn vlucht naar La Paz en van La Paz naar Sucre om 7 uur. Wederom vroeg in bed dus. Genietend en terugkijkend op mijn echte Amazone avontuur, het laatste jungle avontuur dat ik waarschijnlijk op deze trip ga hebben, viel ik in slaap.

3 comments Add yours
  1. Wat een supergave foto’s van al die beesten! Zo cool. Die eerste foto van die alligator, die met die ogen en die foto van die vlinder zouden zó als desktop-achtergrond gebruikt kunnen worden 😀

  2. Cool Blog Michael, well a bit dissapointed tough you describe me that bad.. i surely wasn’t the elephant of our group ahaha and the toilet thing and the return because of that i’m sure that you got something wrong here- i think we just didnt really have the same wavelengths. and sorry for the talking of my diggestion – well here i’m maybe weird, i just love to talk 🙂
    Glad that ppl like the pictures, i maybe soon put some more on my website.. hasta la vista and safe travels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *