De giftige mijnen en galopperende paarden van Bolivia

Sucre is de hoofdstad van Bolivia, maar dat zou je absoluut niet zeggen. Voor een hoofdstad is het er klein (slechts 220.000 inwoners) en veilig. Maar Sucre is daarmee wel een interessante stad, veel overheidsgebouwen en veel energieke drukte. Omdat de heren aan de grensovergang mij slechts 30 dagen hadden gegeven was ik op tijdsrantsoen in Bolivia en besloot ik slechts twee volle dagen door te brengen in Sucre.

Ik was alleen in Sucre en had wel behoefte aan wat mensen om me heen, dus voor de eerste dag plande ik een tour. De tour begon met de introductie van de lieftallige gids, een vrouw. Eindelijk eens een vrouwelijke gids. Ze nam ons mee naar het dino-park net buiten de stad. In en om Sucre is niet veel te doen qua speciale activiteiten, het dino-park is dan ook waar de inwoners het meest trots op zijn. Het begon met een BBC film over de dinosauriërs en hoe ze leefden. Daarna konden we van een heel grote afstand het pronkstuk zien.

Dino voetsporen in de rechtopstaande muur.
Dino voetsporen in de rechtopstaande muur.

Een muur van een paar honderd meter breed en 50 meter hoog, waar je kleine kuilen in zag. Kennelijk waren dit voetsporen van de dinosauriërs zoveel miljoen jaar geleden. Door aardverschuivingen was alles gedraaid, waardoor het nu een opstaande muur was. Verder was het park ingericht met een klein museum waar van nepbotten dinosauriërs waren nagemaakt en waar wat voetstappen van dichterbij te bekijken waren. Het was allemaal niet zo heel speciaal of interessant. Toen de tour dan ook nog eens afgerond werd met een wandelingetje door de tuin waar enorme betonnen standbeelden stonden, werd het gevoel helemaal nep en vies-toeristisch. Ik was dan ook blij toen we verder konden gaan.

Eén van de reusachtige dino standbeelden in het dinopark in Sucre
Eén van de reusachtige dino standbeelden in het dinopark in Sucre

Vanuit het museum liepen we een tijdje door een zanderige buitenwijk van Sucre, om daarna de lokale bus te pakken naar de plek waar een korte hike zou beginnen. We zouden gaan hiken naar de watervallen net buiten de stad. Wat ze er bij het boeken echter niet bij hadden gezegd was dat het water zo laag stond (droogseizoen) dat er eigenlijk geen watervallen waren, slechts stroompjes. Bij nummer drie was ons kleine groepjes hikers dan ook redelijk teleurgesteld. Wat men ook niet had verteld was dat we er maar drie zouden bezoeken, de rest te ‘moeilijk’ bestempeld om te hiken. Ik pikte het niet en haalde één van de twee gidsen over om met mij de klim te maken en zodoende zag ik (eigenlijk de mooiste) watervallen toch nog allemaal. Bij nummer 7 was een klein meertje, de kleren gingen uit, zwembroeken aan en binnen een paar minuten sprongen de gids en ik met een grote brul het ijskoude water in. We konden er een uurtje doorbrengen, water in en opwarmen in de zon, voordat we terug moesten lopen naar de rest van de groep.

De zevende waterval en het meertje met het ijskoude water waar ik in gezwommen heb.
De zevende waterval en het meertje met het ijskoude water waar ik in gezwommen heb.

De volgende dag kwam ik weer aan bij hetzelfde bedrijf. Deze keer had ik echter de (niet-zo-free) walking tour geboekt. Ik was kennelijk de enige en ik dacht dat het zeer zeker zou worden afgeblazen, maar de zeer enthousiaste gids had wel zin in een wandeling door de stad, dus ik kreeg een privétour. We liepen door parken, langs gebouwen en hij vertelde wat de historische waarde ervan was voor de stad. Erg interessant en omdat we met zijn tweeën waren kon ik hem mooi uitvragen over van alles en nog wat. Sucre is kennelijk, net als de rest van Bolivia, erg geïnspireerd door de Franse bouwkunst. Zo hebben ze hun eigen Eifeltorentje en zijn veel gebouwen gemaakt met Franse invloeden.

Sucre heeft ontzettend veel Franse architectuur. Ze gingen bij de ontwikkeling zelfs zover dat ze het restmetaal van de Eiffeltoren kochten om zelf deze kleine Eiffeltoren te kunnen bouwen.
Sucre heeft ontzettend veel Franse architectuur. Ze gingen bij de ontwikkeling zelfs zover dat ze het restmetaal van de Eiffeltoren kochten om zelf deze kleine Eiffeltoren te kunnen bouwen.
Altijd leuk als je het gebouw kan bezoeken dat ook op het geld gedrukt staat!
Altijd leuk als je het gebouw kan bezoeken dat ook op het geld gedrukt staat!
Zo ziet de stad Sucre er uit van buiten. Veel vriendelijker en lichter dan de meeste hoofdsteden.
Zo ziet de stad Sucre er uit van buiten. Veel vriendelijker en lichter dan de meeste hoofdsteden.

Eén van de stops was ook het ‘masker’ museum. Dit had ik meteen na aankomst in Sucre al bezocht, maar wou het graag met mijn gids ook bezoeken. Net als in La Paz stonden hier fantastische maskers in de display. In Bolivia zijn er veel festivals, al dan niet religieus, bij veel van die festivals hoort het dat je danst en je verkleedt. Natuurlijk is carnaval de grootste van ze allemaal. Nu blijkt dat in iedere streek of provincie van Bolivia men zich anders verkleedt en zodoende dat er een grote verzameling van allerlei verschillende maskers te zien was.

De maskers van Bolivia
De maskers van Bolivia

Ook vertelde mijn gids een fantastisch verhaal over het witte masker:

Dit is het masker van CuCu. Zoals je ziet is het een wit skelet en het wordt gebruikt om kinderen gehoorzaam te houden, door te dreigen dat CuCu je komt halen. Zo vertellen de ouders dat hij een grote zak bij zich heeft (Zwarte Piet) en dat je daarin ontvoerd wordt. Als er dan nu backpackers in de streek komen waar dit geloof in CuCu is, rennen alle kinderen weg. De blanke huid en de grote backpack maakt dat ze denken dat de backpacker CuCu is.
Dit is het masker van CuCu. Zoals je ziet is het een wit skelet en het wordt gebruikt om kinderen gehoorzaam te houden, door te dreigen dat CuCu je komt halen. Zo vertellen de ouders dat hij een grote zak bij zich heeft (Zwarte Piet) en dat je daarin ontvoerd wordt. Als er dan nu backpackers in de streek komen waar dit geloof in CuCu is, rennen alle kinderen weg. De blanke huid en de grote backpack maakt dat ze denken dat de backpacker CuCu is.

Verder vertelde hij ook over het grootste masker dat er hing:

Er wordt elk jaar een persoon uitverkoren voor het dragen van het masker. De uitverkoren persoon krijgt offers, eten, drinken en neemt een maagd mee naar bed. Daarna moet hij 3 dagen met het 15 kilo zware masker blijven dansen. Soms gaat de persoon dood. Dat is alleen maar beter als offer voor moeder aarde.
Er wordt elk jaar een persoon uitverkoren voor het dragen van het masker. De uitverkoren persoon krijgt offers, eten, drinken en neemt een maagd mee naar bed. Daarna moet hij 3 dagen met het 15 kilo zware masker blijven dansen. Soms gaat de persoon dood. Dat is alleen maar beter als offer voor moeder aarde.

Weer helemaal voldaan in mijn masker historie sloot de gids de tour af in de oudste wijk van Sucre, net buiten het centrum. We gingen een café binnen en dronken daar Chicha, het lokaal gebrouwen mais bier, dat slechts enkele dagen gefermenteerd is. Daarna speelden we een spel waarbij je metalen blokjes naar verschillende gaten moest gooien. Elk gat had zijn eigen puntenaantal en degene met de minste punten van ons twee zou de biertjes betalen. Even later rekende ik af.

Met het einde van de tour en met het idee dat ik Sucre toch wel redelijk had leren kennen in deze korte tijd, boekte ik voor de dag erop mijn reis naar Potosí, slechts 3 uur rijden en het thuis van de grootste zilvermijn op aarde.

Potosí is een echt mijnersstadje. De huizen zijn dicht op elkaar gebouwd en laten weinig licht binnen. In dit geval vond ik mijn hotel door met twee busgenootjes gewoon rond te lopen en overal te vragen of er ruimte was en wat de kosten dan waren. Dit doe ik niet vaak, meestal heb ik een specifiek hostel in gedachten of heb ik zelfs al geboekt. Nu was het in mijn voordeel, ik kwam bij een hostel uit dat niet in de boekjes of op websites te vinden was en betaalde de helft van de normale prijs voor een bed in Potosí. Bijkomend voordeel was dat ik de avond van aankomst een heel lief Canadees koppel tegenkwam, dat me adviseerde om in een bepaald restaurant te gaan eten.

Toen ik zag dat zij daar ook gingen eten, was het al snel besloten dat we met zijn drieën gingen. Een leuke avond vol zinderende gesprekken volgde. Maar misschien nog wel het fijnste was dat zij in tegengestelde richting reisden, dus ze waren voor mij een bron aan informatie van Potosí tot aan het zuidelijkste puntje van Argentinië. Zoals de Canadezen nu eenmaal zijn, hielpen ze graag en al snel was ik een boekwerk aan informatie rijker. De dag erop vertrokken ze weer, dus helaas heb ik ze daarna niet meer gezien.

De mijnerstad Potosi met aan de linkerkant de zilvermijn berg. Je ziet hoe triest en grijs-roodbruin alles er uit ziet. Er is niets moois aan de stad.
De mijnerstad Potosi met aan de linkerkant de zilvermijn berg. Je ziet hoe triest en grijs-roodbruin alles er uit ziet. Er is niets moois aan de stad.

De volgende ochtend stond ik al vroeg voor het kantoor van Big Deal tours voor een rondleiding door de mijn van Potosí. Net toen ik weer weg wou lopen kwamen er twee mannen aanlopen die er zelfs uitzagen als mijnwerkers. Het waren ontzettend aardige gasten en ik schreef me meteen in voor de tour van die dag. Wilson, de gids, liet me nog zien waar ik een echt Potosí’s ontbijt kon vinden en zo zat ik voor dag en dauw aan een tafel midden in een verlaten markt. Ik kreeg een ontzettend zoet drankje dat nog het meest leek op chocolademelk met de vellen er nog in. Qua eten was het een soort gefrituurd zoet deeg, met daar nog poedersuiker op. Kennelijk worden de mensen hier graag wakker met een suikerrush en aan elkaar plakkende kiezen.

Mijn suikerzoete ontbijt.
Mijn suikerzoete ontbijt.

Toen ik weer terugkwam had zich een kleine groep zich verzameld voor de tour. Daar ontmoette ik de mooie Caroline. Een Française, die net als ik alleen en voor langere tijd reisde, maar dan met het verschil dat zij pas net begonnen was. Ook was haar manier van reizen heel anders, veelal couch surfend rondtrekken. Dat is dus gratis op iemands bank slapen en op die manier wat meer het hart van de lokale bevolking ontdekken. Het heeft mij nooit zo getrokken, gratis is leuk, maar vaak is het zo dat je constant sociaal moet zijn, en daar heb ik gewoon niet altijd zin in.

Hoe dan ook, het klikte wel tussen Caroline en mij en we gingen al kletsend op weg naar de mijn. Het mijnbezoek was één van de meest unieke ervaringen die ik tot nu toe heb gehad. Het was heel anders dan wat ik daarvoor had gedaan. Het begon op de mijnersmarkt, waar we coca bladeren en een fles zoete frisdrank kochten als cadeau voor de mijners. We konden ook alcohol of sigaretten voor ze kopen, maar dat vond ex-mijner Wilson niet zo’n goed idee. Een ander mogelijk cadeau van dynamiet, maar dat was best wel prijzig. Wel grappig dat je iemand blij zou kunnen maken met een doosje dynamiet en dat je dat zomaar kan kopen in de winkel daar.

De mijners eten dynamiet voor lunch zeggen ze hier wel. Dit is dan ook onze gids en ex-mijner Wilson.
De mijners eten dynamiet voor lunch zeggen ze hier wel. Dit is dan ook onze gids en ex-mijner Wilson.

De tweede stop was bij de fabriek waar men het opgegraven zilver en de andere metalen verwerkte. Ze werken er met heel veel giftige stoffen, dus we moesten een mondkapje op en het bezoek was kort. Daarna kwam pas echt het grootste avontuur. De mijnen in. Ik ben al eerder in een mijn geweest, deze reis zelfs nog, maar dat was opgezet voor toeristen. Deze zilvermijn absoluut niet. De mijners werkten er gewoon nog, dus soms hoorde je in de verte geklop of zelfs kleine explosies. In eerste instantie konden we gewoon rechtop lopen, maar als snel werd het lager en krapper. Als lange Nederlander duurde het dan ook niet lang voor ik al bukkend door de mijnen liep. We stopten op een aantal plekken om de mijners te spreken, we gaven de groepen omstebeurt een cadeautje en Wilson vertelde ons alles wat hij wist over het mijnersleven, de mineralen en de geschiedenis van de mijnen.

Dus zo ging ik de mijnen in. Helm met lamp, mondkapje tegen stof en giftige stoffen, overal om mijn kleding te beschermen en een tasje met frisdrank en cocabladeren als cadeau voor de mijners.
Dus zo ging ik de mijnen in. Helm met lamp, mondkapje tegen stof en giftige stoffen, overal om mijn kleding te beschermen en een tasje met frisdrank en cocabladeren als cadeau voor de mijners.
Samen met de gezondste mijner op de foto. Hij werkt al 15 jaar in de giftige mijn, maar omdat hij gezond eet, niet rookt, niet drinkt, houdt hij het langer uit dan ieder ander.
Samen met de gezondste mijner op de foto. Hij werkt al 15 jaar in de giftige mijn, maar omdat hij gezond eet, niet rookt, niet drinkt, houdt hij het langer uit dan ieder ander.
Nog even een close up van de gezondste mijner. Prachtig beeld.
Nog even een close up van de gezondste mijner. Prachtig beeld.

Halverwege de berg kwamen we bij een schacht waar we eerst omlaag en dan weer omhoog moesten klimmen. Omdat het allemaal zo krap was en we ook nauwelijks verse lucht in de tunnel hadden, duurde het enorm lang om slechts een paar meter te overbruggen. We kwamen eruit in een gang waar we het aanraken van de muren moesten vermijden omdat ze giftige stoffen bevatten. Kennelijk lukte mij dat niet helemaal en ik raakte even met mijn schouder het plafond. Meteen brandde zich een stof door mijn overal en deze liet zelfs een gat achter in mijn trui.

Lopende door de mijn kwamen we af en toe dit soort taferelen tegen. Dynamiet al in de muur gestoken, waarschijnlijk wachtte men tot wij de mijn uit waren met het aansteken van de lont.
Lopende door de mijn kwamen we af en toe dit soort taferelen tegen. Dynamiet al in de muur gestoken, waarschijnlijk wachtte men tot wij de mijn uit waren met het aansteken van de lont.

Bijna aan het einde kwamen we bij het standbeeld van de duivel. Hier konden we even zitten en vertelde Wilson over het bijgeloof van de mijners. Ze zagen de duivel als hun compagnon, die de berg vruchtbaar maakte. Daarom aanbidden ze hem op hun manier. Dat betekent sigaretten roken en alcohol delen. De alcohol die men hier dronk was eigenlijk schoonmaak alcohol en dus gewoon 100% alcohol. Wilson bood ons een slok aan. Natuurlijk kon ik niet weigeren en terwijl de pure alcohol zich een weg brandde door mijn slokdarm voelde ik me trots op mijn deelname aan dit avontuur. Ik vond het iets minder grappig toen Wilson vertelde dat het bijgeloof ons verplichtte alles in even getallen te doen, dus ik moest tenminste nog één slok nemen. Ik voelde me bijna dronken, na alle inspanning en weinig lucht. We moesten nog een stuk, dus ik wandelde licht beneveld achter de rest van de groep aan.

De duivel bevrucht de grond letterlijk met zilver, zo geloven ze. Dus dat beelden ze ook zo uit. Let ook op de lege alcoholflesjes aan zijn voeten en de sigaretten in de mond.
De duivel bevrucht de grond letterlijk met zilver, zo geloven ze. Dus dat beelden ze ook zo uit. Let ook op de lege alcoholflesjes aan zijn voeten en de sigaretten in de mond.
Dit is dan het flesje pure alcohol. Kost 10 cent en zorgt ervoor dat je heel snel dronken bent.
Dit is dan het flesje pure alcohol. Kost 10 cent en zorgt ervoor dat je heel snel dronken bent.
Aan het einde van de 'rondleiding' werd ons gevraagd of we nog echt een nieuw stuk mijn wilde verkennen. Ik was de enige. Hier klom ik de 10 meter lange gang in, waar je je alleen op je knieën kon voortbewegen.
Aan het einde van de ‘rondleiding’ werd ons gevraagd of we nog echt een nieuw stuk mijn wilde verkennen. Ik was de enige. Hier klom ik de 10 meter lange gang in, waar je je alleen op je knieën kon voortbewegen.

Uiteindelijk na uren lopen, bukken en klimmen, legden we bijna 3 km door de berg af, om er aan de andere kant weer uit te komen. Frisse lucht en fel licht begroetten ons in de mijnopening. Wauw wat een ervaring!

Toch hadden Caroline en ik na aankomst terug in het stadje nog energie over om het museum van Potosí te bezoeken. In Bolivia zegt men dat dit het beste museum van Zuid Amerika is, maar misschien daardoor viel het ontzettend tegen. Het was eigenlijk een verzameling van alles. In de eerste zalen die we tijdens de rondleiding zagen was het vooral kunst, met een nadruk op statige religieuze kunst. Daarna ging het over de muntdruk van Bolivia, met vele voorbeelden van munten en machines waarmee deze munten werden gedrukt. Dit was misschien nog wel het meest interessante deel. Ook werd natuurlijk de geschiedenis van Potosí behandeld, met allerlei voorwerpen die van zilver gemaakt waren of met zilver beslagen. Mooie kisten en uitgebreide collecties aan bestek kwamen voorbij. Afsluitend werd er nog een ruime kamer getoond met allerlei soorten edelstenen erin. Volgens de gids, de meest diverse verzameling ter wereld. Het waren er dan ook duizenden.

Wat je dan wel niet allemaal in één dag kon doen. Gezien ik de laatste maanden van mijn reis in ga, merk ik dat ik mijn dagen veel krachtiger benut. Zo kies ik er vaker voor om activiteiten te ondernemen en probeer ik te vermijden om langer dan nodig op een bepaalde plek te blijven. Vandaar ook dat ik de volgende dag meteen de bus nam (met Caroline) naar Tupiza. Een zuidelijk ‘cowboy’- dorpje in Bolivia.

Tupiza is qua omgeving een kruising tussen de Sinaï woestijn in Egypte en de Grand Canyon in de USA. Het is droog en heuvelachtig. Een prachtige plek, die je zo in een western terug zou zien. Het is dan ook hier waar Butch and Cassidy een geldtransport overvielen en toen ze bijna gepakt werden zelfmoord pleegden.

De manier om deze streek te verkennen is natuurlijk per paard. Dus gingen Caroline en ik op zoek naar een tour agency dat ons dit kon bieden. Drie verschillende agencies later, hadden we de beste gevonden en boekten we onze tour. Vijf uur lang per paard de canyons verkennen. We vertrokken de dag erna om 10 uur. We kregen een leren broek, een cowboyhoed en een Metallica doek, die we voor ons gezicht konden binden tegen het stof.

Vijf minuten later stonden we naast de paarden. Ik werd bestempeld als degene met de meeste paardrij-ervaring, dus ik kreeg het grote zwarte paard. Geen idee waarom en ook niemand van ons kreeg uitleg over de paarden of hoe ze te berijden. De gids had misschien net zijn schaamhaar zien groeien en het jonkie zei de hele rit niets. Hij stopte twee keer om ons foto’s te laten nemen en twee keer om ons een stuk de canyon te voet te laten verkennen.

Het was wel heel mooi, hoge rode pilaren en muren doemden voor ons op. Veelal begroeid met cactussen en andere stekelige planten, maar heel soms ook heel groene struiken en bomen in de buurt. In het regenseizoen zou er veel meer water zijn, maar het was zo droogseizoen als het maar kon zijn, dus er was bijna geen water te bekennen.

Caroline als cowboy
Caroline als cowboy
Wie heeft er voorrang, de mens op het grote paard? Nee, altijd de enorme hoeveelheid geiten natuurlijk.
Wie heeft er voorrang, de mens op het grote paard? Nee, altijd de enorme hoeveelheid geiten natuurlijk.
De woestijn van Tupiza bestaat uit rode rotsen, witte zoutaanslag en hier en daar een groen boompje. Perfect moment voor mij om te poseren als een Cowboy.
De woestijn van Tupiza bestaat uit rode rotsen, witte zoutaanslag en hier en daar een groen boompje. Perfect moment voor mij om te poseren als een Cowboy.
Opeens kan de rode kleur veranderen in een grijs bergachtige vlakte met alleen maar struikjes en cactussen.
Opeens kan de rode kleur veranderen in een grijs bergachtige vlakte met alleen maar struikjes en cactussen.
Dit is de ingang naar canyon del duende. Een passende poort voor een prachtige canyon.
Dit is de ingang naar canyon del duende. Een passende poort voor een prachtige canyon.

Na vijf uur rijden kwamen we weer terug bij de ‘grote’ weg. De paarden werden onrustig en begonnen sneller te lopen. Ze begonnen te draven, en elkaar af te snijden. Toen we letterlijk op de grote weg aankwamen, draafde het paard van een Franse jongen langs de rest. De arme ziel was al bang voor paarden en hing scheef in het zadel toen ik hem langs zag komen. Hij viel midden op de weg. Gelukkig geen auto’s, maar hij bezeerde zich flink aan zijn been. Zijn paard draafde weg. Wij stegen af en wachtten tot een auto hem kwam halen.

Toen de auto er was stegen wij weer op voor het laatste stukje. Mijn paard had echt genoeg van het wachten en begon te draven. Ik probeerde hem te stoppen om op de rest te wachten, maar hij luisterde niet meer. De draf ging over in volle galop en ik schrok me lam. Tussen de auto’s en brommers door zoefde ik in hoge snelheid over de weg. Het paard van Caroline was geënt op mijn paard en begon ook te galopperen. Zelf was ik niet bang er af te vallen, ik zat goed en wist redelijk hoe ik moest rijden, maar Caroline schreeuwde haar longen uit haar lijf van angst.

Eerst probeerde ik allerlei trucs om mijn paard te stoppen, trekkend van links naar rechts aan de teugel, maar het hielp niet. Dus dacht ik, laat hem maar even rennen en dan stop ik hem. De weg was nogal oneffen en waar ik wel bang voor was, was dat het paard zou struikelen. Dat gebeurde gelukkig niet en na enkele minuten wist ik hem van de weg af te leiden door naar rechts te trekken en omdat hij niet kon zien waar hij naartoe ging remde hij af en stopte hij. We sprongen van de paarden en kwamen rustig bij van de schrik.

De eigenaar, degene die de gewonde Fransman ophaalde kwam aangereden en vroeg me waarom ik zo was weggerend met het paard en hoe gevaarlijk dat wel niet was. Met licht trillende stem en een stomme grijns van schrik op mijn gezicht legde ik hem in het Spaans uit dat het absoluut niet mijn bedoeling geweest was. Hoe dan ook, we kwamen met de schrik vrij en we leverden de spullen weer in. Ik vind mijn paard nog steeds leuk, maar ik snap nu waarom ze mij op dit paard gezet hadden. Het beetje ervaring dat ik had heeft me gered van een lelijke val.

Onze paarden. De zwarte was de mijne. De bruine die van Caroline. Die sloegen dus samen op hol.
Onze paarden. De zwarte was de mijne. De bruine die van Caroline. Die sloegen dus samen op hol.

Morgen om 5 uur zal ons paardrijgroepje hopelijk weer normaal opstaan en ons melden bij het kantoor. We moeten er al zo vroeg zijn, omdat dan ons avontuur begint op de zoutvlaktes van Uyuni. Normaal is het zeven uur, maar deze keer twee uur vroeger, want men moet stemmen in Bolivia en dat betekent dat er geen auto’s de weg op mogen. We gaan dus proberen te voet langs de politie te ‘sneaken’ om dan zodoende toch stiekem met de jeep weg te kunnen rijden.

2 comments Add yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *